Strafrecht overig

Bevestiging van het vonnis, behalve ten aanzien van de beslissingen op de vorderingen tot tenuitvoerlegging…

Zaakgegevens

Op 29 januari 2025 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
29 januari 2025
Datum publicatie
29 januari 2025
Zaaknummer
23-000569-24
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2025:226
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Bevestiging van het vonnis, behalve ten aanzien van de beslissingen op de vorderingen tot tenuitvoerlegging met dien verstande dat het hof de bewijsmiddelen vervangt door de bewijsmiddelen die in geval van beroep in cassatie in een aanvulling op dit arrest worden opgenomen. De vorderingen tot tenuitvoerlegging worden beide afgewezen omdat uit het dossier niet volgt of de verdachte bekend was met de dag van de zitting. Nu de ene zaak bij verstek is afgedaan en in de andere zaak een gemachtigd raadsman is verschenen, wordt niet voldaan aan het vereiste uit de artikelen 366 en 366a van het Wetboek van Strafvordering.

Uitspraak

Inhoudsopgave

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-000569-24

datum uitspraak: 29 januari 2025

TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 8 maart 2024 in de strafzaak onder de parketnummers 13-072930-24 en 18-134939-22 (TUL) en 18-103382-22 (TUL) tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] ([geboorteland]) op [geboortedatum] 1995,

[adres]

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 15 januari 2025 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, inhoudende bevestiging van het vonnis met uitzondering van de vordering tot tenuitvoerlegging in de zaak met parketnummer 18-134939-22. Tevens heeft het hof kennisgenomen van hetgeen de raadsman naar voren heeft gebracht.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen, behalve ten aanzien van de beslissingen op de vorderingen tot tenuitvoerlegging van opgelegde voorwaardelijk straffen, in zoverre zal het vonnis worden vernietigd en met dien verstande dat het hof de bewijsmiddelen vervangt door de bewijsmiddelen die in geval van beroep in cassatie in een aanvulling op dit arrest worden opgenomen.

Vorderingen tot tenuitvoerlegging

De officier van justitie heeft gevorderd de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde straffen bij:

  • vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland van 28 november 2022 (parketnummer 18-134939-22), te weten een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 2 weken met proeftijd van 2 jaren;

  • vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland van 28 november 2022 (parketnummer 18-103382-22), te weten een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 1 week met proeftijd van 2 jaren.

Deze vorderingen zijn in hoger beroep opnieuw aan de orde.

De advocaat-generaal heeft zich ter terechtzitting in hoger beroep op het standpunt gesteld dat de vordering van parketnummer 18-134939-22 afgewezen moet worden, omdat uit het dossier niet blijkt dat de verdachte op de hoogte was van de veroordeling tot de voorwaardelijke gevangenisstraf. Ten aanzien van het parketnummer 18-103382-22 heeft de advocaat-generaal de tenuitvoerlegging van voormelde straf gevorderd omdat blijkens de aantekening op dat vonnis een gemachtigd raadsman is verschenen.

De verdediging heeft gevraagd om beide vorderingen af te wijzen.

Het hof overweegt dat blijkens artikelen 366 en 366a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) de officier van justitie aan de verdachte een mededeling moet doen van een buiten zijn aanwezigheid uitgesproken vonnis, waarbij hij tot een voorwaardelijke straf is veroordeeld. Volstaan kan worden met toezending van deze mededeling indien de dagvaarding in persoon is betekend, wanneer de verdachte op de terechtzitting is verschenen of anderszins is gebleken dat de verdachte bekend was met de dag van de terechtzitting. In alle overige gevallen dient de mededeling aan de verdachte in persoon te worden betekend.

Ten aanzien van het vonnis met parketnummer 18-134939-22 stelt het hof vast dat dit een verstekveroordeling betreft. Ten aanzien van het vonnis met parketnummer 18-103382-22 stelt het hof vast dat een gemachtigd raadsman op de zitting was verschenen, de verdachte kennelijk niet. Het hof kan ten aanzien van beide veroordelingen niet vaststellen dat de verdachte op de hoogte was van de terechtzittingen. Stukken met betrekking tot de betekening van de dagvaarding/oproeping in beide zaken ontbreken in het dossier. Evenmin is ten aanzien van beide zaken gebleken dat de mededeling van de voorwaardelijke straf in persoon aan de verdachte is betekend. Om die reden zal het hof de beide vorderingen tot tenuitvoerlegging afwijzen.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de beslissingen op de vorderingen tenuitvoerlegging en doet in zoverre opnieuw recht.

Wijst af de vordering van de officier van justitie van 4 maart 2024, strekkende tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland van 28 november 2022, parketnummer 18-134939-22, voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van 2 weken met proeftijd van 2 jaren.

Wijst af de vordering van de officier van justitie van 4 maart 2024, strekkende tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland van 28 november 2022, parketnummer 18-103382-22, voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van 1 week met proeftijd van 2 jaren.

Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M.L.M. van der Voet, mr. W.S. Ludwig en mr. N.E. Kwak, in tegenwoordigheid van mr. S. Pesch en B. Helling, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 29 januari 2025.