Strafrecht overig

Bevestiging. Invoer van cocaïne binnen grondgebied van Nederland. Oplegging GS 36 maanden.

Zaakgegevens

Op 27 mei 2025 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
27 mei 2025
Datum publicatie
17 september 2025
Zaaknummer
23-003007-24
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2025:2443
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Bevestiging. Invoer van cocaïne binnen grondgebied van Nederland. Oplegging GS 36 maanden.

Procesgang

  1. Rechtbank Noord-Holland · 19 december 2024

    ECLI:NL:RBNHO:2024:13995
  2. Gerechtshof Amsterdam · 27 mei 2025deze uitspraak

    ECLI:NL:GHAMS:2025:2443

    Overig

Uitspraak

Inhoudsopgave

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-003007-24

datum uitspraak: 27 mei 2025

TEGENSPRAAK

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 19 december 2024 in de strafzaak onder parketnummer 15-182628-24 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1977,

thans gedetineerd in [detentieadres] .

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 13 mei 2025 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsvrouw naar voren hebben gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 42 maanden, met aftrek van het voorarrest.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen met dien verstande dat het hof:

  • de door de rechtbank gebezigde bewijsmiddelen aanvult met de verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep van 13 mei 2025. Deze verklaring houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven: “De politieagent in burger deed de koffer open en er zat kleding in. Die kleding was wel van mij.”;

  • de toepasselijke wettelijke voorschriften aanvult met artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het hof:

Bevestigt het vonnis waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.W.T. Klappe, mr. N.R.A. Meerbeek en mr. A.R.O. Mooy, in tegenwoordigheid van mr. C.E. Dongelmans, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 27 mei 2025.

De jongste raadsheer en de griffier zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.