Strafrecht overig
Het door de verdachte ingestelde hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard.
Gerechtshof Amsterdam, 11 juni 2025
ECLI:NL:GHAMS:2025:2807 · Gerechtshof Amsterdam · 11 juni 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghams-2025-2807
Zaakgegevens
Op 11 juni 2025 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 11 juni 2025
- Datum publicatie
- 17 oktober 2025
- Zaaknummer
- 23-000503-23
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2025:2807
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Het door de verdachte ingestelde hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard.
Uitspraak
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-000503-23
datum uitspraak: 11 juni 2025
TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsvrouw)
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 28 december 2022 in de strafzaak onder parketnummer
13-177485-22 tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 1980,
adres: [adres] .
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Onderzoek ter terechtzitting
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
11 juni 2025.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot
niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het ingestelde hoger beroep op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.
Ontvankelijkheid van het door de verdachte ingestelde hoger beroep
Blijkens een e-mail van de raadsvrouw van 10 juni 2025 wenst de verdachte het hoger beroep in te trekken. Nu niet tijdig voor de zitting een akte intrekking rechtsmiddel kon worden opgemaakt, verzoekt de verdediging om het door de verdachte ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk te verklaren. De raadsvrouw heeft dit standpunt ter terechtzitting in hoger beroep herhaald.
Het hof begrijpt dat de verdachte geen belang meer hecht aan voortzetting van de behandeling van de strafzaak in hoger beroep.
Op grond van het vorenstaande en gehoord de advocaat-generaal is het hof van oordeel dat, nu ook overigens niet is gebleken van enig rechtens te beschermen belang dat is gediend met de voortgezette behandeling van de zaak, het door de verdachte ingestelde hoger beroep, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, niet-ontvankelijk wordt verklaard.
BESLISSING
Het hof:
Verklaart het door de verdachte ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. H.A. van Eijk, mr. W.S. Ludwig en mr. R. van der Heijden, in tegenwoordigheid van mr. A.C. Vermeijden, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 11 juni 2025.