Strafrecht overig

Mishandeling. Oplegging van een geldboete van € 750,00 subsidiair 15 dagen hechtenis, waarvan € 250,00…

Gerechtshof Amsterdam, 23 juli 2025

Zaakgegevens

Op 23 juli 2025 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
23 juli 2025
Datum publicatie
31 oktober 2025
Zaaknummer
23-002586-22
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2025:2943
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Mishandeling. Oplegging van een geldboete van € 750,00 subsidiair 15 dagen hechtenis, waarvan € 250,00 subsidiair 5 dagen hechtenis voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. Gedeeltelijke toewijzing van de vordering benadeelde partij en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer eerste aanleg : 15-137425-22

parketnummer hoger beroep : 23-002586-22

TEGENSPRAAK

Arrest van het gerechtshof Amsterdam, enkelvoudige strafkamer, van 23 juli 2025 gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van
29 september 2022 in de zaak tegen de verdachte:

naam: [verdachte]

voornamen: [verdachte]

geboren: op [geboortedag] 1994 te [geboorteplaats]

adres: [adres] .

Kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

mishandeling.

Gepleegd op 2 juni 2022 te Velsen-Zuid.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De artikelen 14a, 14b, 14c, 23, 24, 24c, 36f, 63 en 300 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.

Veroordeelt de verdachte tot een geldboete van € 750,00 (zevenhonderdvijftig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 15 (vijftien) dagen hechtenis.

Bepaalt dat een gedeelte van de geldboete, groot € 250,00 (tweehonderdvijftig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 5 (vijf) dagen hechtenis, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde partij] ter zake van het bewezenverklaarde tot het bedrag van € 412,24 (vierhonderdtwaalf euro en vierentwintig eurocent) bestaande uit € 12,24 (twaalf euro en vierentwintig eurocent) aan materiële schade en € 400,00 (vierhonderd euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Wijst de vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding voor het overige af.

Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd
[benadeelde partij] , ter zake van het bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 412,24 (vierhonderdtwaalf euro en vierentwintig eurocent)bestaande uit € 12,24 (twaalf euro en vierentwintig eurocent) aan materiële schade en € 400,00 (vierhonderd euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Bepaalt de duur van de gijzeling die ten hoogste kan worden toegepast op 8 (acht) dagen, met dien verstande dat de toepassing van die gijzeling de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële - en de immateriële schade op
2 juni 2022.

Gewezen door mr. E. de Greeve, in bijzijn van mr. N.M. Simons, griffier.

mr. E. de Greeve