Strafrecht overig

Diefstal. Oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 6 weken, waarvan 4 weken voorwaardelijk met een…

Gerechtshof Amsterdam, 23 juli 2025

Zaakgegevens

Op 23 juli 2025 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
23 juli 2025
Datum publicatie
31 oktober 2025
Zaaknummer
23-001747-24
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2025:2946
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Diefstal. Oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 6 weken, waarvan 4 weken voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. Gedeeltelijke toewijzing van de vordering benadeelde partij en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer eerste aanleg : 15-123098-24

parketnummer hoger beroep : 23-001747-24

TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)

Arrest van het gerechtshof Amsterdam, enkelvoudige strafkamer, van 23 juli 2025 gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 25 juli 2024 in de zaak tegen de verdachte:

naam: [verdachte]

voornamen: [verdachte]

geboren: op [geboortedag] 1993 te [geboorteplaats]

adres: [adres] .

Kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het primair bewezenverklaarde levert op:

diefstal.

Gepleegd omstreeks 10 april 2024 te Haarlem.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De artikelen 14a, 14b, 14c, 36f en 310 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) weken.

Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 4 (vier) weken, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde partij] ter zake van het bewezenverklaarde tot het bedrag van € 58,31 (achtenvijftig euro en eenendertig eurocent) ter zake van materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de

benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde partij] , ter zake van het bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 58,31 (achtenvijftig euro en eenendertig eurocent) als vergoeding voor materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 1 (één) dag. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.

Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 10 april 2024.

Gewezen door mr. R. Veldhuisen, in bijzijn van mr. N.M. Simons, griffier.

mr. R. Veldhuisen