Strafrecht overig

Verdachte niet-ontvankelijk in hoger beroep

Gerechtshof Amsterdam, 20 oktober 2025

Zaakgegevens

Op 20 oktober 2025 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
20 oktober 2025
Datum publicatie
3 november 2025
Zaaknummer
23-002998-22
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2025:2977
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Verdachte niet-ontvankelijk in hoger beroep

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-002998-22

datum uitspraak: 20 oktober 2025

VERSTEK (niet-gemachtigd raadsvrouw)

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 3 november 2022 in de strafzaak onder parketnummer
13-269609-22 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 1995,

adres: [adres] .

De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Onderzoek ter terechtzitting

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
20 oktober 2025.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep wordt verklaard.

Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep

Door of namens de verdachte is geen schriftuur houdende grieven ingediend. Evenmin zijn mondeling bezwaren tegen het vonnis opgegeven. Ook overigens is niet gebleken van enig rechtens te respecteren belang dat is gediend met enig onderzoek van de zaak. Om die reden wordt het door de verdachte ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.

BESLISSING

Het hof:

verklaart het door de verdachte ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. B.A.A. Postma, mr. H.A. van Eijk en mr. H. Sytema, in tegenwoordigheid van
mr. C.H. Sillen, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
20 oktober 2025.