Strafrecht overig

Verstekveroordeling. Verdachte niet-ontvankelijk omdat het hoger beroep niet tijdig is ingesteld.

Zaakgegevens

Op 27 oktober 2025 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
27 oktober 2025
Datum publicatie
12 november 2025
Zaaknummer
23-000357-25
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2025:3026
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Verstekveroordeling. Verdachte niet-ontvankelijk omdat het hoger beroep niet tijdig is ingesteld.

Uitspraak

Inhoudsopgave

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-000357-25

datum uitspraak: 27 oktober 2025

VERSTEK

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 30 januari 2025 in de gevoegde strafzaken onder de parketnummers 96-288199-23 en 96-033163-24 en 96-033166-24 en 96-033173-24 en 96-033177-24 en 96-313126-23 – en de tul-zaken met parketnummers 96-284956-21 en 96-240229-22 – tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1982,

adres: [adres 1] ,

op de wens tot intrekking van het hoger beroep opgegeven adres: [adres 2] ,

thans uit anderen hoofde gedetineerd in [detentieadres 1] .

Onderzoek ter terechtzitting

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 27 oktober 2025.

Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot de niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het ingestelde hoger beroep.

Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep

De verdachte is in eerste aanleg opgeroepen om op 30 januari 2025 te verschijnen ter terechtzitting van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland. De oproepingen van de zaken, die op de zitting van 21 oktober 2024 al waren gevoegd, zijn op 12 november 2024 aan de verdachte in persoon betekend toen hij gedetineerd was op [detentieadres 2] .

De verdachte is op 30 januari 2025 bij verstek veroordeeld.

Gelet op het bepaalde in artikel 408 lid 1 onder a van het Wetboek van Strafvordering had de verdachte binnen 14 dagen na 30 januari 2025 hoger beroep moeten instellen. De termijn voor het instellen voor het hoger beroep eindigde dus op 13 februari 2025.

Volgens de akte instellen hoger beroep in het dossier en de daarbij behorende volmacht is namens de verdachte op 14 februari 2025 hoger beroep ingesteld.

Nu het hoger beroep niet binnen de wettelijk voorgeschreven termijn is ingesteld en niet van bijzondere, de verdachte niet toe te rekenen, omstandigheden is gebleken die de overschrijding van de termijn verontschuldigbaar doen zijn, zal de verdachte daarin niet ontvankelijk worden verklaard.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart het door de verdachte ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. H.A. van Eijk, mr. B.A.A. Postma en mr. C.P.E.M. Fonteijn-van der Meulen, in tegenwoordigheid van mr. R. Bleumers, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 27 oktober 2025.

mr. H.A. van Eijk en mr. R. Bleumers zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.