Strafrecht overig

AMA. Bewezenverklaring weigeren ademanalyse. Oplegging geldboete van € 1.000,- (in 5 termijnen), te vervangen…

Gerechtshof Amsterdam, 31 oktober 2025

Zaakgegevens

Op 31 oktober 2025 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
31 oktober 2025
Datum publicatie
16 november 2025
Zaaknummer
23-002231-24
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2025:3081
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

AMA. Bewezenverklaring weigeren ademanalyse. Oplegging geldboete van € 1.000,- (in 5 termijnen), te vervangen door 20 dagen hechtenis, en ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 9 maanden, waarvan 3 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren en m.a.

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer eerste aanleg : 96-157935-22

parketnummer hoger beroep : 23-002231-24

TEGENSPRAAK

Arrest van het gerechtshof Amsterdam, enkelvoudige strafkamer, van 31 oktober 2025 gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 23 december 2022 in de zaak tegen de verdachte:

naam: [verdachte]

voornamen:

geboren: op [geboortedag] 1991 te [geboorteplaats] ( [geboorteland] )

adres: [adres] .

Kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

overtreding van artikel 163, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994

gepleegd op 26 juni 2022 te Amsterdam.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

de artikelen 14a, 14b, 14c, 23, 24, 24a, 24c en 63 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 163, 176 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Veroordeelt de verdachte tot een geldboete van € 1.000,00 (duizend euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 20 (twintig) dagen hechtenis.

Bepaalt dat het totaal van de geldboetes mag worden voldaan in 5 (vijf) termijnen van 1 maand, elke termijn groot € 200,00 (tweehonderd euro).

Ontzegt de verdachte ter zake van het bewezenverklaarde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 9 (negen) maanden.

Bepaalt dat een gedeelte van de bijkomende straf van ontzegging, groot 3 (drie) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Bepaalt dat de tijd, gedurende welke het rijbewijs van de verdachte ingevolge artikel 164 van de Wegenverkeerswet 1994 vóór het tijdstip, waarop deze uitspraak voor wat betreft de in artikel 179 van die wet genoemde bijkomende straf voor tenuitvoerlegging vatbaar is geworden, ingevorderd of ingehouden is geweest, op de duur van bovengenoemde bijkomende straf geheel in mindering zal worden gebracht.

Gewezen door mr. P. Greve, in bijzijn van mr. S.K. van Eck, griffier.

mr. P. Greve