Strafrecht overig
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep op grond van artikel 416, tweede lid, van het…
ECLI:NL:GHAMS:2025:3329 · Gerechtshof Amsterdam · 26 november 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghams-2025-3329
Zaakgegevens
Op 26 november 2025 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 26 november 2025
- Datum publicatie
- 12 december 2025
- Zaaknummer
- 23-003345-22
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2025:3329
Samenvatting
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.
Uitspraak
Inhoudsopgave
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-003345-22
datum uitspraak: 26 november 2025
TEGENSPRAAK (eerder verschenen, thans niet aanwezig)
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 9 december 2022 in de strafzaak onder parketnummer 81-067960-21 tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1961,
adres: [adres].
Onderzoek ter terechtzitting
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
16 februari 2024 en 26 november 2025.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot de niet-ontvankelijkverklaring van het namens de verdachte ingestelde hoger beroep.
Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep
Nu namens de verdachte voorafgaand aan de terechtzitting te kennen is gegeven dat hij het hoger beroep niet wil handhaven, moet hij geacht worden de eerder tegen het vonnis opgegeven bezwaren in te trekken. Daarom zal het hof, nu ook niet is gebleken van enig rechtens te respecteren belang dat is gediend met enig nader onderzoek van de zaak, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, het namens de verdachte ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk verklaren.
BESLISSING
Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. P. Greve, mr. M.F.J.M. de Werd en mr. R.D. van Heffen, in tegenwoordigheid van mr. N.M. Simons, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 26 november 2025.
De voorzitter is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.