Strafrecht overig

Verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid

Zaakgegevens

Op 20 oktober 2025 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
20 oktober 2025
Datum publicatie
23 februari 2026
Zaaknummer
23-001484-24
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2025:3751
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid

Uitspraak

Inhoudsopgave

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-001484-24

datum uitspraak: 6 oktober 2025

VERSTEK

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 25 juni 2024 in de strafzaak onder parketnummer

15-091021-24 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 2001,

adres: [adres 1] ),

thans uit anderen hoofde gedetineerd in [detentieadres] , [bedrijf] te [adres 2] .

Onderzoek ter terechtzitting

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 6 oktober 2025.

Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in hoger beroep.

Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep

Blijkens een e-mail van 4 september 2025 van de raadsvrouw van de verdachte wenst de verdachte de eerder bij hem levende bezwaren tegen het vonnis niet langer te handhaven en verzoekt hij het hof hem niet-ontvankelijk te verklaren in het hoger beroep. Gelet hierop en nu ook overigens niet is gebleken van enig rechtens te respecteren belang dat is gediend met enig onderzoek van de zaak zal de verdachte, gehoord de advocaat-generaal, niet-ontvankelijk worden verklaard in het hoger beroep, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. T. de Bont, mr. C.P.E.M. Fonteijn-van der Meulen en mr. B. de Wilde, in tegenwoordigheid van mr. L.P. van Kessel, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 6 oktober 2025.

mr. B. de Wilde en mr. L.P. van Kessel zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

=========================================================================

[…]