Strafrecht overig
Bevestiging behalve ten aanzien van de strafoplegging. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan bedreiging…
ECLI:NL:GHAMS:2025:3779 · Gerechtshof Amsterdam · 5 november 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghams-2025-3779
Zaakgegevens
Op 5 november 2025 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 5 november 2025
- Datum publicatie
- 3 maart 2026
- Zaaknummer
- 23-002808-22
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2025:3779
Samenvatting
Bevestiging behalve ten aanzien van de strafoplegging. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan bedreiging met zware mishandeling door in een voetgangersgebied als bestuurder van een auto vanuit stilstand stevig gas te geven en vanaf een korte afstand op het slachtoffer af en achter het slachtoffer aan te rijden. Rekening gehouden met overschrijding redelijke termijn met ruim 1 jaar. Geldbote van 1500 euro, waarvan 750 euro voorwaardelijk.
Uitspraak
Inhoudsopgave
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-002808-22
datum uitspraak: 5 november 2025
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 14 oktober 2022 in de strafzaak onder parketnummer 13-300859-21 tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1996,
adres: [adres] .
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 22 oktober 2025 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht.
Vonnis waarvan beroep
Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen behalve ten aanzien van de strafoplegging. In zoverre zal het vonnis worden vernietigd.
Oplegging van straf
De politierechter in de rechtbank Amsterdam heeft de verdachte veroordeeld tot een taakstraf van 60 uren, subsidiair 30 dagen vervangende hechtenis.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het bewezenverklaarde zal worden veroordeeld tot een geldboete van € 1.500, waarvan € 750 voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren.
De raadsman heeft het hof, in geval van bewezenverklaring en het hof aan een strafoplegging toe zou komen, verzocht rekening te houden met de positieve wending die de verdachte aan zijn leven heeft gegeven. De verdachte is inmiddels getrouwd en zijn echtgenote is nu 2 maanden zwanger. De verdachte heeft een nieuwe baan en werkt fulltime. Volgens de raadsman zou een geldboete daarom passender zijn dan een taakstraf.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan bedreiging met zware mishandeling door - in een voetgangersgebied - als bestuurder van een auto vanuit stilstand stevig gas te geven en met piepende of gierende banden, en vanaf een korte afstand, op het slachtoffer af en achter het slachtoffer aan te rijden. De gebezigde bewijsmiddelen beschrijven een situatie waarin het slachtoffer zich genoodzaakt voelde zich aan deze bedreigende situatie te onttrekken door aan de kant te springen. De verdachte heeft met deze gedraging agressief, gevaarlijk en disproportioneel gereageerd jegens het slachtoffer nadat het slachtoffer hem even daarvoor had aangesproken.
Gelet op de ernst van het feit acht het hof in beginsel een taakstraf passend.
Het hof heeft oog voor de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, voor zover daarvan ter terechtzitting is gebleken, en houdt daar rekening mee bij de strafoplegging.
Het hof heeft bij de strafoplegging ook rekening gehouden met de omstandigheid dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. De redelijke termijn is aangevangen op 25 mei 2022, de dag dat de dagvaarding aan de verdachte is uitgereikt. Het vonnis van de politierechter dateert van 14 oktober 2022. Namens de verdachte is op 27 oktober 2022 hoger beroep ingesteld. De zaak is in hoger beroep afgerond met een eindbeslissing op 5 november 2025. Uitgaande van een redelijke termijn van twee jaren per instantie, is er sprake van een overschrijding van deze termijn in hoger beroep van ruim 1 jaar.
Gelet op de persoonlijke omstandigheden en de overschrijding van de redelijke termijn ziet het hof reden om in plaats van een taakstraf conform de eis van de advocaat-generaal een geldboete op te leggen.
Het hof acht, alles afwegende, een geldboete van € 1.500, waarvan € 750 voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren, passend en geboden.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de strafoplegging en doet in zoverre opnieuw recht.
Veroordeelt de verdachte tot een geldboete van € 1.500,00 (duizend vijfhonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 25 (vijfentwintig) dagen hechtenis.
Bepaalt dat een gedeelte van de geldboete, groot € 750,00 (zevenhonderdvijftig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 15 (vijftien) dagen hechtenis, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.R.O. Mooy, mr. E.J Hofstee en mr. A.C. Huisman, in tegenwoordigheid van mr. M.S. Fritsche, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 5 november 2025.
mrs. A.R.O. Mooy en A.C. Huisman zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
=========================================================================
[…]