Strafrecht overig

Vte wil hb niet handhaven. Vte n-o in hb.

Zaakgegevens

Op 25 februari 2025 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
25 februari 2025
Datum publicatie
16 april 2026
Zaaknummer
23-000970-24
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2025:3837
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Vte wil hb niet handhaven. Vte n-o in hb.

Uitspraak

Inhoudsopgave

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-000970-24

datum uitspraak: 25 februari 2025

TEGENSPRAAK

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 23 april 2024 in de strafzaak onder parketnummer

13-124774-24 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 1982,

thans uit anderen hoofde gedetineerd in [detentieadres] .

Onderzoek ter terechtzitting

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van

25 februari 2025.

Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep

Nu door de raadsvrouw bij e-mail van 24 februari 2025 en door haar en de verdachte ter terechtzitting te kennen is gegeven dat de verdachte het hoger beroep niet wil handhaven, moet hij geacht worden de eerder tegen het vonnis opgegeven bezwaren in te trekken, zodat hij, nu ook overigens niet is gebleken van enig rechtens te respecteren belang dat is gediend met enig nader onderzoek van de zaak, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het ingestelde hoger beroep.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. H.A. van Eijk, mr. A.E. Kleene-Krom en mr. A.R.O. Mooy, in tegenwoordigheid van

mr. S.L.D. Vriend, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van

25 februari 2025.