Strafrecht overig
Het hof verklaart het door de verdachte ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk.
ECLI:NL:GHAMS:2025:3847 · Gerechtshof Amsterdam · 18 december 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghams-2025-3847
Zaakgegevens
Op 18 december 2025 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 18 december 2025
- Datum publicatie
- 4 mei 2026
- Zaaknummer
- 23-002815-24
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2025:3847
Samenvatting
Het hof verklaart het door de verdachte ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk.
Procesgang
Rechtbank Noord-Holland · 22 november 2024
ECLI:NL:RBNHO:2024:12055Gerechtshof Amsterdam · 18 december 2025deze uitspraak
ECLI:NL:GHAMS:2025:3847
Overig
Uitspraak
Inhoudsopgave
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-002815-24
datum uitspraak: 18 december 2025
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 22 november 2024 in de strafzaak onder parketnummer 15-262769-24 tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] ) op [geboortedag] 2004,
adres: [adres] ).
Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Onderzoek ter terechtzitting
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
18 december 2025.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot
niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het ingestelde hoger beroep op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.
Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep
Blijkens de akte intrekken hoger beroep van 6 oktober 2025 wenst de verdachte het hoger beroep niet te handhaven. Intrekking van het hoger beroep is niet meer mogelijk, nu het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep op 7 januari 2025 is aangevangen. Het hof leidt uit voornoemde akte af dat de verdachte zijn oorspronkelijke bezwaren tegen het vonnis niet langer wenst te handhaven. Daarom zal, nu ook overigens niet is gebleken van enig rechtens te respecteren belang dat is gediend met enig nader onderzoek van de zaak, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, het door hem ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk worden verklaard.
BESLISSING
Het hof:
Verklaart het door de verdachte ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. D.A.C. Koster, mr. N. van der Wijngaart en mr. A.H. Tiemens, in tegenwoordigheid van
mr. A.C. Vermeijden, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 18 december 2025.
mr. A.H. Tiemens is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.