Strafrecht overig

Aantekening mondeling arrest. Erfvredebreuk en belediging ambtenaar. Gevangenisstraf voor de duur van drie…

Zaakgegevens

Op 20 februari 2025 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
20 februari 2025
Datum publicatie
24 februari 2025
Zaaknummer
23-001626-24
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2025:484
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Aantekening mondeling arrest. Erfvredebreuk en belediging ambtenaar. Gevangenisstraf voor de duur van drie weken, waarvan één week voorwaardelijk. Afwijzing vordering tot tenuitvoerlegging.

Uitspraak

Inhoudsopgave

afdeling strafrecht

parketnummer(s) eerste aanleg : 13-157106-24 en 09-332836-22 (TUL)

parketnummer hoger beroep : 23-001626-24

TEGENSPRAAK

Arrest van het gerechtshof Amsterdam, enkelvoudige strafkamer, van 20 februari 2025 gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 4 juli 2024 in de zaak tegen de verdachte:

naam: [verdachte]

voornamen: [verdachte]

geboren: op [geboortedag] 1986 te [geboorteplaats]

thans uit anderen hoofde gedetineerd te: [detentieadres]

Kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het onder 1 bewezenverklaarde levert op:

wederrechtelijk in het besloten erf vertoevende, zich niet op de vordering van of vanwege de rechthebbende aanstonds verwijderen.

Het onder 2 bewezenverklaarde levert op:

eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening.

gepleegd
feit 1:
op 10 mei 2024 te Amsterdam;
feit 2:
op 10 mei 2024 te Amsterdam.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

de artikelen 14a, 14b, 14c, 57, 63, 138, 266 en 267 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) weken.

Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 1 (één) week, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Wijst af de vordering van de officier van justitie van het Parket OVJ Amsterdam van 10 mei 2024, strekkende tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Den Haag van 18 januari 2023, parketnummer 09-332836-22, voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van twee weken, met een proeftijd van twee jaren.

Gewezen door mr. J.W.H.G. Loyson, in bijzijn van mr. S. den Hartog, griffier.

mr. J.W.H.G. Loyson