Strafrecht overig

Invoer van ruim 1.600 gram cocaïne in koffer. Bevestiging vonnis met aanvulling strafmaatoverweging.

Gerechtshof Amsterdam, 25 maart 2025

Zaakgegevens

Op 25 maart 2025 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
25 maart 2025
Datum publicatie
3 april 2025
Zaaknummer
23-002634-24
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2025:866
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Invoer van ruim 1.600 gram cocaïne in koffer. Bevestiging vonnis met aanvulling strafmaatoverweging.

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-002634-24

datum uitspraak: 25 maart 2025

TEGENSPRAAK

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland (locatie Haarlem) van 29 oktober 2024 in de strafzaak onder parketnummer 15-241990-24 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 1992,

adres: [adres] ),

thans gedetineerd in [detentieadres] .

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van

11 maart 2025 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en zijn raadsman naar voren hebben gebracht.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen, met dien verstande dat het hof het vonnis aanvult met de hiernavolgende strafmaatoverweging.

Aanvullende strafmaatoverweging

De raadsman heeft zich ter terechtzitting in hoger beroep op het standpunt gesteld dat in deze zaak sprake is van strafverlagende omstandigheden, die reden moeten zijn om in het voordeel van de verdachte af te wijken van de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) en een flink deel van de gevangenisstraf in voorwaardelijke vorm op te leggen. Daartoe heeft hij verwezen naar de persoonlijke omstandigheden van de verdachte.

In hetgeen door de verdediging in het kader van de persoonlijke omstandigheden van de verdachte is aangevoerd, ziet het hof geen aanleiding af te wijken van de gevangenisstraf die door de rechtbank is opgelegd.

BESLISSING

Het hof:

Bevestigt het vonnis waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. B.E. Dijkers, mr. M.F.J.M. de Werd en mr. A.R.O. Mooy, in tegenwoordigheid van

mr. L.M. van Leeuwen, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 25 maart 2025.

mr. B.E. Dijkers is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

=========================================================================

[…]