Strafrecht overig
jeugd, rijden zonder rijbewijs, 9a
Gerechtshof Amsterdam, 27 maart 2025
ECLI:NL:GHAMS:2025:977 · Gerechtshof Amsterdam · 27 maart 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghams-2025-977
Zaakgegevens
Op 27 maart 2025 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 27 maart 2025
- Datum publicatie
- 14 april 2025
- Zaaknummer
- 23-001495-24
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2025:977
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
jeugd, rijden zonder rijbewijs, 9a
Uitspraak
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-001495-24
datum uitspraak: 27 maart 2025
TEGENSPRAAK
Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Amsterdam van 16 augustus 2022 in de strafzaak onder parketnummer 96-297750-20 tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2003,
adres: [adres] .
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 27 maart 2025.
Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadslieden naar voren hebben gebracht.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
hij op of omstreeks 16 augustus 2020 te Amsterdam als bestuurder van een motorrijtuig (tweewielige bromfiets) heeft gereden op de weg, Nieuwe Spiegelstraat, zonder dat aan hem door de daartoe bevoegde autoriteit, als bedoeld in artikel 116 lid 1 van de Wegenverkeerswet 1994 een rijbewijs was afgegeven voor de categorie van motorrijtuigen, waartoe dat motorrijtuig behoorde.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.
Vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 395a van het Wetboek van Strafvordering.
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
hij op 16 augustus 2020 te Amsterdam als bestuurder van een motorrijtuig (tweewielige bromfiets) heeft gereden op de weg, Nieuwe Spiegelstraat, zonder dat aan hem door de daartoe bevoegde autoriteit, als bedoeld in artikel 116 lid 1 van de Wegenverkeerswet 1994 een rijbewijs was afgegeven voor de categorie van motorrijtuigen, waartoe dat motorrijtuig behoorde.
Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.
Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.
Het bewezenverklaarde levert op:
overtreding van artikel 107, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994.
Strafbaarheid van de verdachte
De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het bewezenverklaarde uitsluit.
Toepassing van artikel 9a Wetboek van Strafrecht
De kantonrechter in de rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke werkstraf voor de duur van 20 uren subsidiair 10 dagen jeugddetentie, met een proeftijd van twee jaren.
De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting gevorderd dat de verdachte voor het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke geldboete ter hoogte van € 250,00, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 5 dagen jeugddetentie.
De raadsvrouw heeft ter terechtzitting in hoger beroep het hof gevraagd toepassing te geven aan het bepaalde in artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht gelet op de navolgende punten: de redelijke termijn in eerste aanleg is overschreden, het betreft een oud feit, de verdachte was ten tijde van het strafbare feit een first offender, heeft recent een forse gevangenisstraf uitgezeten in het buitenland, heeft inmiddels zijn rijbewijs behaald en artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht is meermalen van toepassing. Subsidiair heeft de raadsvrouw het hof verzocht te volstaan met het opleggen van een geheel voorwaardelijke geldboete.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald mede op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan waarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing is genomen.
De verdachte heeft op 16 augustus 2020 met een bromfiets op de openbare weg gereden zonder in het bezit te zijn van een rijbewijs. Daarmee heeft hij de verkeersveiligheid van zichzelf en van andere weggebruikers in gevaar gebracht.
Het hof stelt vast dat dit strafbare feit dateert van inmiddels bijna 5 jaar geleden en heeft kennis genomen van een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 7 maart 2025. Hieruit blijkt dat de verdachte na 16 augustus 2020, te weten op 13 april 2023 door de kantonrechter is veroordeeld tot een geldboete ter hoogte van € 50,00 voor rijden zonder rijbewijs. De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting naar voren gebracht dat de verdachte op 17 maart 2025 door het hof Amsterdam is veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke geldboete van € 750,00 met een proeftijd van twee jaar (parketnummer 23-0014994-24), eveneens voor rijden zonder rijbewijs. Gelet op de ouderdom van het feit, het gegeven dat artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht meermaals van toepassing is en het feit dat verdachte inmiddels in het bezit is van een rijbewijs acht het hof het raadzaam te bepalen dat in onderhavige zaak aan de verdachte geen straf of maatregel wordt opgelegd.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Bepaalt dat ter zake van het bewezenverklaarde geen straf of maatregel wordt opgelegd.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. C.P.E.M. Fonteijn-van der Meulen, mr. N.R.A. Meerbeek en mr. A.W.T. Klappe, in tegenwoordigheid van mr. A.M. van Tilburg, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 27 maart 2025.