Strafrecht overig
Belaging. Oplegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden met een proeftijd van…
Gerechtshof Amsterdam, 7 april 2026
ECLI:NL:GHAMS:2026:1052 · Gerechtshof Amsterdam · 7 april 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghams-2026-1052
Zaakgegevens
Op 7 april 2026 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 7 april 2026
- Datum publicatie
- 23 april 2026
- Zaaknummer
- 23-001569-25
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2026:1052
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Belaging. Oplegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden met een proeftijd van 2 jaren met bijzondere voorwaarden. Daarnaast de oplegging van een taakstraf voor de duur van 40 uren subsidiair 20 dagen hechtenis met aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.
Uitspraak
afdeling strafrecht
parketnummer(s) eerste aanleg : 15-218498-24 en 05-157058-23 (TUL)
parketnummer hoger beroep : 23-001569-25
TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsvrouw)
Arrest van het gerechtshof Amsterdam, enkelvoudige strafkamer, van 7 april 2026 gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 19 juni 2025 in de zaak tegen de verdachte:
naam: [verdachte 1]
voornamen: [verdachte 1]
geboren: op [geboortedag 1] 1998 te [geboorteplaats]
postadres: [adres 1] .
Kwalificatie van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde levert op:
belaging.
Gepleegd
21 juni 2024 tot en met 2 juli 2024 te Limmen, gemeente Castricum.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
De artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 63 en 285b van het Wetboek van Strafrecht.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.
Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) maanden.
Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd.
Stelt als bijzondere voorwaarde dat de verdachte zich binnen vijf dagen na het ingaan van de proeftijd meldt bij de reclassering [bedrijf] op het adres [adres 2] . De verdachte blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt.
Stelt als bijzondere voorwaarde dat de verdachte zich laat behandelen door E25 Zorg en Welzijn of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering.
De behandeling start zo snel als mogelijk. De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. De verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Gelet op de problematiek kan hieronder ook het innemen van medicijnen vallen, als de zorgverlener dat nodig vindt.
Stelt als bijzondere voorwaarde dat de verdachte op geen enkele wijze – direct of indirect – contact heeft of zoekt met [persoon] , geboren op [geboortedag 2] 1993, zolang het Openbaar Ministerie dit verbod nodig vindt.
Van rechtswege gelden hierbij als voorwaarden dat de verdachte:
-
meewerkt aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een geldig identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
-
meewerkt aan het hierna te noemen reclasseringstoezicht als bedoeld in artikel 14c van het Wetboek van Strafrecht, waaronder het meewerken aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dat noodzakelijk vindt.
Geeft opdracht dat de reclassering toezicht houdt op de naleving van de voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan begeleidt.
Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 40 (veertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 20 (twintig) dagen hechtenis.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering zal worden gebracht, volgens de maatstaf van twee uren taakstraf per in voorarrest doorgebrachte dag, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Verklaart het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vordering tenuitvoerlegging met parketnummer
05-157058-23.
Heft op het – geschorste – bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte.
Gewezen door mr. D.A.C. Koster, in bijzijn van J.W.B. Mullink en mr. N.M. Simons, griffiers.
mr. D.A.C. Koster
De raadsvrouw heeft na afloop van de terechtzitting per e-mailbericht van 8 april 2026 te kennen gegeven dat de verdachte afstand doet van het recht beroep in cassatie in te stellen.