Strafrecht overig

Huiselijk geweld - Taakstrafverbod - Artikel 300 Wetboek van Strafrecht - Eenvoudige mishandeling - Taakstraf…

Zaakgegevens

Op 7 mei 2026 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
7 mei 2026
Datum publicatie
12 mei 2026
Zaaknummer
23-002341-25
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2026:1319
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Huiselijk geweld - Taakstrafverbod - Artikel 300 Wetboek van Strafrecht - Eenvoudige mishandeling - Taakstraf (deel voorwaardelijk)

Uitspraak

Inhoudsopgave

afdeling strafrecht

parketnummer eerste aanleg : 13-206056-25

parketnummer hoger beroep : 23-002341-25

TEGENSPRAAK

Arrest van het gerechtshof Amsterdam, enkelvoudige strafkamer, van 7 mei 2026 gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 30 september 2025 in de zaak tegen de verdachte:

naam: [verdachte]

voornamen: [verdachte]

geboren: op [geboortedag] 1990 te [geboorteplaats]

adres: [adres] .

Toepasselijke wettelijke voorschriften

de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d en 300 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de straf en de strafmotivering en doet in zoverre opnieuw recht.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 (één) dag.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 60 (zestig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 30 (dertig) dagen hechtenis.

Bepaalt dat de taakstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige.

Gewezen door mr. M.L.M. van der Voet, in bijzijn van mr. L.A.H. van Wieren, griffier.

mr. M.L.M. van der Voet