Strafrecht overig
Diefstal in vereniging - Artikel 311 Wetboek van Strafrecht - Gevangenisstraf
ECLI:NL:GHAMS:2026:1320 · Gerechtshof Amsterdam · 7 mei 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghams-2026-1320
Zaakgegevens
Op 7 mei 2026 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 7 mei 2026
- Datum publicatie
- 12 mei 2026
- Zaaknummer
- 23-002359-25
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2026:1320
Samenvatting
Diefstal in vereniging - Artikel 311 Wetboek van Strafrecht - Gevangenisstraf
Uitspraak
Inhoudsopgave
afdeling strafrecht
parketnummer eerste aanleg : 13-261881-25
parketnummer hoger beroep : 23-002359-25
VERSTEK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam, enkelvoudige strafkamer, van 7 mei 2026 gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 7 oktober 2025 in de zaak tegen de verdachte:
naam: [verdachte]
voornamen: [verdachte]
geboren: op [geboortedag] 2004 te [geboorteplaats] ( [geboorteland] )
adres: [adres] .
Kwalificatie van het bewezenverklaarde
Het primair bewezenverklaarde levert op:
diefstal door twee of meer verenigde personen.
Gepleegd op 5 oktober 2025 te Amsterdam.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
de artikelen 63 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 (één) week.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Gewezen door mr. M.L.M. van der Voet, in bijzijn van mr. L.A.H. van Wieren, griffier.
mr. M.L.M. van der Voet