Strafrecht overig

Bevestiging met dien verstande dat het hof artikel 63 Sr toevoegt aan de toepasselijke wetsartikelen.

Zaakgegevens

Op 4 februari 2026 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
4 februari 2026
Datum publicatie
5 juni 2026
Zaaknummer
23-000647-24
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2026:1571
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Bevestiging met dien verstande dat het hof artikel 63 Sr toevoegt aan de toepasselijke wetsartikelen.

Uitspraak

Inhoudsopgave

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-000647-24

datum uitspraak: 4 februari 2026

VERSTEK (niet-gemachtigde raadsvrouw)

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 4 maart 2024 in de strafzaak onder parketnummer

13-073041-24 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 1988,

adres: [adres] .

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 21 januari 2026 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen, met dien verstande dat het hof artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht toevoegt aan de toepasselijke wetsartikelen.

BESLISSING

Het hof:

Bevestigt het vonnis waarvan beroep, met inachtneming van het vorenstaande.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M.J.A. Plaisier, mr. E.J Hofstee en mr. J.J. Roos, in tegenwoordigheid van mr. J.P.M. Veerman, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 4 februari 2026.