Strafrecht overig

Niet-ontvankelijk ten aanzien van de beslissing tot vrijspraak. Bevestiging van het vonnis waarvan beroep…

Zaakgegevens

Op 18 juni 2026 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
18 juni 2026
Datum publicatie
18 juni 2026
Zaaknummer
23-000236-26
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2026:1639
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Niet-ontvankelijk ten aanzien van de beslissing tot vrijspraak. Bevestiging van het vonnis waarvan beroep, met dien verstande dat het hof een tweetal door de kinderrechter gegeven kwalificaties verbeterd leest en artikel 57 toevoegt aan de toegepaste wetsartikelen.

Uitspraak

Inhoudsopgave

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-000236-26

datum uitspraak: 18 juni 2026

TEGENSPRAAK

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de kinderrechter in de rechtbank Noord-Holland van 22 januari 2026 in de gevoegde strafzaken onder de parketnummers 15-105499-25 (zaak A), 15-041649-25 (zaak B), 15-095607-25 (zaak C), 15-095619-25 (zaak D), 15-188334-25 (zaak E), 15-205569-25 (zaak F) en 15-218456-25 (zaak G), alsmede 15-356265-24 (TUL) tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2007,

adres: [adres] .

Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep

De verdachte is door de kinderrechter vrijgesproken van wat aan hem in zaak D onder 3 is tenlastegelegd. Het hoger beroep van de verdachte is niet beperkt en is daarom ook gericht tegen deze beslissing tot vrijspraak. Gelet op artikel 404, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering is hoger beroep tegen een vrijspraak niet mogelijk. Het hof zal de verdachte om die reden niet-ontvankelijk verklaren in zijn hoger beroep tegen dit feit.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 4 juni 2026 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de kinderrechter in eerste aanleg opgelegd.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen, met dien verstande dat het hof:

- de door de kinderrechter gegeven kwalificatie ten aanzien van het in zaak A onder 1, zaak D onder 1 en 2 primair en zaak F onder 1 bewezenverklaarde verbeterd leest als: telkens: diefstal;

- de door de kinderrechter gegeven kwalificatie ten aanzien van het in zaak C onder 1, zaak E onder 2 en 3 en zaak F onder 2 bewezenverklaarde verbeterd leest als telkens: diefstal door twee of meer verenigde personen;

- artikel 57 van het Wetboek van Strafrecht toevoegt aan de toegepaste wetsartikelen;

- de door de kinderrechter gebruikte bewijsmiddelen zal uitwerken indien beroep in cassatie wordt ingesteld in een op te maken aanvulling op dit arrest.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het in de zaak met parketnummer 15-095619-25 onder 3 tenlastegelegde.

Bevestigt het vonnis waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. N.R.A. Meerbeek, mr. C.J. van der Wilt en mr. A.E. Kleene-Krom, in tegenwoordigheid van mr. L.M. Steur, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 18 juni 2026.

=========================================================================

[…]