Strafrecht overig

Vrijspraak verduistering. Direct bewijs voor toe-eigeningshandelingen van (zes) pakketten met inhoud…

Gerechtshof Amsterdam, 9 juli 2026

Zaakgegevens

Op 9 juli 2026 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
9 juli 2026
Datum publicatie
9 juli 2026
Zaaknummer
23-001551-23
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2026:1878
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Vrijspraak verduistering. Direct bewijs voor toe-eigeningshandelingen van (zes) pakketten met inhoud ontbbreekt. Uit het onderzoek kan niet worden afgeleid welke producten de verdachte heeft ingepakt en verzonden. Evenmin blijkt uit het onderzoek dat de verdachte wist dat het bij de verzendingen aan de derde ging om producten waaraan geen kooppovereenkomst / betaling ten grondslag lag. Anders dan de politierechter is het hof van oordeel dat niet buiten redelijke twijfel kan worden vastgesteld dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt hem vrij.

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-001551-23

datum uitspraak: 9 juli 2026

TEGENSPRAAK

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 10 mei 2023 in de strafzaak onder parketnummer 13-128265-22 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] (O) op [geboortedag] 1988,

adres: [adres] .

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 25 juni 2026 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsvrouw naar voren hebben gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:

hij in of omstreeks de periode van 15 augustus 2021 tot en met 29 oktober 2021 te Amsterdam opzettelijk zes pakketjes met inhoud, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehoorde aan [bedrijf] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en welk goed verdachte uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking, te weten magazijn manager, elk geval anders dan door misdrijf onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat dat het hof de verdachte zal vrijspreken.

Vordering van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden vrijgesproken.

Vrijspraak

Het hof stelt voorop dat voor een bewezenverklaring van verduistering als bedoeld in artikel 322 van het Wetboek van Strafrecht dient te worden vastgesteld dat de verdachte een goed dat hij anders dan door misdrijf onder zich had, zich wederrechtelijk heeft toegeëigend.

Uit het dossier en het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep volgt dat het onder meer de taak van de verdachte was om producten in te pakken en te verzenden. Er zijn diverse goederen verzonden naar een kennis van de verdachte, bij welke verzendingen de verdachte betrokken was. Deze omstandigheden rechtvaardigen echter niet zonder meer de conclusie dat de verdachte degene is geweest die de goederen wederrechtelijk heeft toegeëigend dan wel een zodanige bijdrage heeft geleverd dat van strafrechtelijke aansprakelijkheid kan worden gesproken.

Het hof is van oordeel dat direct bewijs voor toe-eigeningshandelingen van (zes) pakketten met inhoud ontbreekt. Uit het onderzoek kan niet worden afgeleid welke producten de verdachte heeft ingepakt en verzonden. Evenmin blijkt uit het onderzoek dat de verdachte wist dat het bij de verzendingen aan de derde ging om producten waaraan geen koopovereenkomst en/of betaling ten grondslag lag. Op grond van de beschikbare bewijsmiddelen kan daarom niet met voldoende mate van zekerheid worden vastgesteld dat de verdachte aan een derde goederen heeft toegezonden met het oogmerk deze goederen aan de rechthebbende te onttrekken of daarover als heer en meester te beschikken. Enig concreet bewijs daarvoor ontbreekt.

Gelet op het voorgaande is het hof van oordeel dat niet buiten redelijke twijfel kan worden vastgesteld dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan. De verdachte moet daarom van het ten laste gelegde worden vrijgesproken.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.P.M. van Rijn, mr. B.A.A. Postma en mr. A.C. Bijlsma, in tegenwoordigheid van mr. L.M. Steur, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 9 juli 2026.

=========================================================================

[…]

.