Strafrecht overig

Gerechtshof Amsterdam · Hoger beroep · Strafrecht overig

Gerechtshof Amsterdam, 14 juli 2026

Zaakgegevens

Op 14 juli 2026 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
14 juli 2026
Datum publicatie
31 juli 2026
Zaaknummer
23-002858-25
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2026:2128
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

art 416 lid 2 Sv

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-002858-25

datum uitspraak: 14 juli 2026

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 26 november 2025 in de gevoegde strafzaken onder de parketnummers 15-381922-24 en 15-168094-25 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1996,

thans uit anderen hoofde gedetineerd in [detentieadres] .

Onderzoek ter terechtzitting

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 14 juli 2026.

De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, inhoudende dat de verdachte niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het door hem ingestelde hoger beroep.

Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep

Uit de akte intrekking hoger beroep van 29 juni 2026 en het daarop volgende e-mailbericht van de raadsvrouw van 1 juli 2026 blijkt dat de verdachte zijn oorspronkelijke bezwaren tegen het vonnis niet langer wenst te handhaven en dat hij het hof verzoekt hem niet-ontvankelijk te verklaren in het hoger beroep.

Intrekking van het hoger beroep is niet meer mogelijk, nu het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep op 21 april 2026 is aangevangen. Daarom zal, nu ook overigens niet is gebleken van enig rechtens te respecteren belang dat is gediend met enig nader onderzoek van de zaak, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, het door hem ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk worden verklaard.

BESLISSING

Het hof verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. N.R.A. Meerbeek, mr. M.J.A. Plaisier en mr. R. van der Heijden, in tegenwoordigheid van mr. I. Peetoom, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 14 juli 2026.

Mrs. N.R.A. Meerbeek en M.J.A. Plaisier zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.