Strafrecht overig

OM appel. Ook in HB vrijpraak van diefstal tas uit hotellobby. OM niet ontvankelijk inzake vordering TUL.

Gerechtshof Amsterdam, 6 augustus 2026

Zaakgegevens

Op 6 augustus 2026 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
6 augustus 2026
Datum publicatie
6 augustus 2026
Zaaknummer
23-002130-24
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2026:2182
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

OM appel. Ook in HB vrijpraak van diefstal tas uit hotellobby. OM niet ontvankelijk inzake vordering TUL.

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-002130-24

datum uitspraak: 6 augustus 2026

VERSTEK

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 10 september 2024 in de strafzaak onder parketnummer 13-280573-24 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 2000,

adres: [adres] .

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
23 juli 2026 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Het openbaar ministerie heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:

hij op of omstreeks 15 augustus 2024 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, een (schouder)tas met inhoud (waaronder oortjes, merk JBL en/of een zonnebril en/of een portefeuille en/of een en/of meerdere passen op naam van [slachtoffer] ), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan
[slachtoffer] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof een andere motivering aan de beslissing ten grondslag legt dan de politierechter en ten aanzien van de vordering tenuitvoerlegging tot een andere beslissing komt.

Vordering van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat het tenlastegelegde op grond van de in hoger beroep toegevoegde processen-verbaal bewezen kan worden en heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 3 maanden met aftrek.

Vrijspraak

De heer [slachtoffer] heeft aangifte gedaan van diefstal van zijn schoudertas met inhoud uit de lobby van hotel ‘ [hotel] ’ op 15 augustus 2024.

Niet ter discussie staat dat de verdachte op camerabeelden van dit hotel op deze datum naar buiten loopt met een zwarte schoudertas in zijn hand. De verdachte heeft echter verklaard dat dit zijn eigen tas betrof.

In hoger beroep zijn twee processen-verbaal van politie aan het dossier toegevoegd waarin de heer [persoon] , hotelmanager, verklaart dat de aangever de tas aan hem had omschreven als een 'zwartkleurige, soort van schouder-/heuptas’ en dat de tas die hij op de camerabeelden bij de verdachte zag, aan die omschrijving voldeed. Ook had hij op de beelden gezien dat de verdachte eerder zonder tas het hotel was binnengekomen.

Bij gebrek aan uit het dossier af te leiden meer specifieke kenmerken van de gestolen tas, is voor het hof niet buiten redelijke twijfel vast te stellen dat de tas waarmee de verdachte op de beelden te zien is, de tas van de aangever betreft. Dat hij het hotel eerder zonder tas zou zijn binnengekomen, maakt dit niet anders, nu daaruit niet zonder meer kan worden geconcludeerd dat hij geen eigen tas bij zich heeft gehad toen hij in het hotel was.

Naar het oordeel van het hof is daarom niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte is tenlastegelegd, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken.

Vordering tenuitvoerlegging

De officier van justitie heeft op 4 september 2024 een vordering ingediend strekkende tot de tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 1 mei 2024 (parketnummer 13-133002-24) opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 4 weken met aftrek. De politierechter heeft deze vordering, gelet op de vrijspraak, afgewezen. De vordering is in hoger beroep opnieuw aan de orde.

Het openbaar ministerie zal, zoals ook door de advocaat-generaal gevorderd, in de vordering tot tenuitvoerlegging niet-ontvankelijk worden verklaard nu de voorwaardelijke straf reeds tenuitvoergelegd is.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vordering tenuitvoerlegging, met parketnummer 13-133002-24.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M.J.A. Colijn, mr. C.J. van der Wilt en mr. P.J. van Eekeren, in tegenwoordigheid van
mr. A.M. van Tilburg, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
6 augustus 2026.

De voorzitter is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

=========================================================================

[…]