Strafrecht overig
Artikel 404, vijfde lid, Sv. Bevestiging behalve ten aanzien van de straf en de beslissing over het beslag…
Gerechtshof Amsterdam, 16 juli 2026
ECLI:NL:GHAMS:2026:2191 · Gerechtshof Amsterdam · 16 juli 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghams-2026-2191
Zaakgegevens
Op 16 juli 2026 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 16 juli 2026
- Datum publicatie
- 10 augustus 2026
- Zaaknummer
- 23-001030-25
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2026:2191
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Artikel 404, vijfde lid, Sv. Bevestiging behalve ten aanzien van de straf en de beslissing over het beslag. Verboden vuurwapenbezit. Gevangenisstraf voor de duur van zeven maanden met aftrek van voorarrest.
Procesgang
Rechtbank Noord-Holland · 14 april 2025
ECLI:NL:RBNHO:2025:4035Gerechtshof Amsterdam · 16 juli 2026deze uitspraak
ECLI:NL:GHAMS:2026:2191
Overig
Uitspraak
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-001030-25
datum uitspraak: 16 juli 2026
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland (locatie Haarlemmermeer) van 14 april 2025 in de strafzaak onder parketnummer 15-167768-24 tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2002,
adres: [adres] .
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 2 juli 2026 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht.
Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep
De verdachte is bij voormeld vonnis vrijgesproken van het tenlastegelegde in parketnummer
15-167768-24 onder feit 1 en feit 2. Zijn hoger beroep is ook tegen deze vrijspraak ingesteld, en dat kan niet volgens de wet (artikel 404, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv)). Het hof zal het beroep tegen die vrijspraak daarom niet behandelen en de verdachte daarin niet-ontvankelijk verklaren.
Vonnis waarvan beroep
Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, en zal dit bevestigen, behalve ten aanzien van de straf en de beslissing over inbeslaggenomen voorwerpen, in zoverre zal het vonnis worden vernietigd.
Het hof zal geen beslissing nemen ten aanzien van het beslag, omdat de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep afstand heeft gedaan van de inbeslaggenomen voorwerpen, te weten de patroonhouder, het pistool en de hennep.
Oplegging van straf
De rechtbank heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van tien maanden met aftrek van voorarrest, waarvan drie maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. Daarnaast heeft de rechtbank de volgende bijzondere voorwaarden opgelegd: meldplicht bij de reclassering, ambulante behandeling, begeleid wonen of maatschappelijke opvang, een locatieverbod voor de regio IJmond, dagbesteding, meewerken aan middelencontrole en het geven van openheid over het sociale netwerk.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg opgelegd. De advocaat-generaal heeft daarbij aangevoerd dat het locatieverbod voor de regio IJmond dient te worden aangepast naar enkel de plaats IJmuiden.
De raadsman van de verdachte heeft het hof primair verzocht een gevangenisstraf voor de duur van zeven maanden op te leggen. Subsidiair heeft de raadsman verzocht een gevangenisstraf voor de duur van acht maanden waarvan één maand voorwaardelijk op te leggen, onder algemene voorwaarden. Indien het hof toch voornemens is bijzondere voorwaarden op te leggen heeft de raadsman meer subsidiair verzocht een gevangenisstraf voor de duur van acht maanden waarvan één maand voorwaardelijk op te leggen, waarbij hij heeft bepleit dat de bijzondere voorwaarden zoals opgelegd door de rechtbank niet langer noodzakelijk zijn. Ten aanzien van de meldplicht bij de reclassering heeft hij zich gerefereerd aan het oordeel van het hof.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan verboden wapenbezit door op klaarlichte dag een geladen vuurwapen voorhanden te hebben. Het voorhanden hebben van dergelijke wapens veroorzaakt onaanvaardbare veiligheidsrisico’s en gevoelens van onveiligheid in de samenleving. Daarnaast leidt verboden vuurwapenbezit veelal tot vuurwapengeweld, met alle maatschappelijke schade en persoonlijk leed van dien; leed dat de verdachte zelf aan den lijve heeft ondervonden door het verlies van één van zijn beste vrienden en zijn eigen oog. Desondanks heeft de verdachte ervoor gekozen een vuurwapen bij zich te dragen. Het hof rekent dit de verdachte aan.
Het hof overweegt dat de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep duidelijk - en voor het hof overtuigend - tot uitdrukking heeft gebracht dat hij een andere weg is ingeslagen en de criminaliteit achter zich wil laten. Zo woont hij begeleid in [plaats] en heeft hij verklaard niet meer terug te willen naar IJmuiden. Daarnaast heeft de verdachte een baan, twee jonge dochters en is hij grotendeels gestopt met het gebruiken van (hard)drugs. Ook heeft de verdachte verklaard dat hij uit eigen beweging een EMDR-behandeling heeft afgerond in Den Helder. Het hof is van oordeel dat de verdachte – ondanks wat hem in het verleden is overkomen – op bewonderenswaardige wijze en grotendeels op eigen kracht een positieve draai probeert te geven aan zijn leven. Het hof neemt dit mee in het voordeel van de verdachte.
Gelet op de ontwikkeling die de verdachte laat zien ziet het hof geen reden een voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen en daarbij bijzondere voorwaarden te bepalen. Het hof acht, alles afwegende, een gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de straf en doet in zoverre opnieuw recht.
Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 7 (zeven) maanden.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige met inachtneming van het hierboven overwogene.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.W.T. Klappe, mr. M.J.A. Duker en mr. I.M.A. Hinfelaar, in tegenwoordigheid van
mr. S.B. Zoet, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 16 juli 2026.
mr. I.M.A. Hinfelaar is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.