Strafrecht overig

Gerechtshof Amsterdam · Hoger beroep · Strafrecht overig

Zaakgegevens

Op 18 mei 2026 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
18 mei 2026
Datum publicatie
13 augustus 2026
Zaaknummer
23-002451-25
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2026:2239
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

AMA

Uitspraak

Inhoudsopgave

afdeling strafrecht

parketnummer eerste aanleg : 96-260513-24

parketnummer hoger beroep : 23-002451-25

TEGENSPRAAK

Arrest van het gerechtshof Amsterdam, enkelvoudige strafkamer, van 18 mei 2026 gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 5 februari 2025 in de zaak tegen de verdachte:

naam: [verdachte]

voornamen: [verdachte]

geboren: op [geboortedag] 1993 te [geboorteplaats] ( [geboorteland] )

adres: [adres] .

Kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

overtreding van artikel 163, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994.

gepleegd
op 8 augustus 2024 te Amsterdam.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

de artikelen 23, 24, 24a en 24c van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 163, 176 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Veroordeelt de verdachte tot een geldboete van € 1.000,00 (duizend euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 10 (tien) dagen hechtenis.

Bepaalt dat het totaal van de geldboete mag worden voldaan in 5 (vijf) termijnen van 2 maanden, elke termijn groot € 200,00 (tweehonderd euro).

Ontzegt de verdachte ter zake van het bewezenverklaarde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 9 (negen) maanden.

Bepaalt dat de tijd, gedurende welke het rijbewijs van de verdachte ingevolge artikel 164 van de Wegenverkeerswet 1994 vóór het tijdstip, waarop deze uitspraak voor wat betreft de in artikel 179 van die wet genoemde bijkomende straf voor tenuitvoerlegging vatbaar is geworden, ingevorderd of ingehouden is geweest, op de duur van bovengenoemde bijkomende straf geheel in mindering zal worden gebracht.

Gewezen door mr. R.A.E. van Noort, in bijzijn van mr. N.R.H. Marsera, griffier.

mr. R.A.E. van Noort