Strafrecht overig

Gerechtshof Amsterdam · Hoger beroep · Strafrecht overig

Gerechtshof Amsterdam, 18 mei 2026

Zaakgegevens

Op 18 mei 2026 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
18 mei 2026
Datum publicatie
13 augustus 2026
Zaaknummer
23-002520-25
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2026:2242
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

AMA

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer eerste aanleg : 15-250552-23

parketnummer hoger beroep : 23-002520-25

TEGENSPRAAK

Arrest van het gerechtshof Amsterdam, enkelvoudige strafkamer, van 18 mei 2026 gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 24 februari 2025 in de zaak tegen de verdachte:

naam: [verdachte]

voornamen: [verdachte]

geboren: op [geboortedag] 1983 te [geboorteplaats]

adres: [adres] .

Kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het onder 1 bewezenverklaarde levert op:

overtreding van artikel 8, vijfde lid, van de Wegenverkeerswet 1994.

Het onder 2 bewezenverklaarde levert op:

overtreding van het bepaalde bij artikel 54 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990

gepleegd
feit 1:
op 9 juni 2023 te Burgerbrug, gemeente Schagen;
feit 2:
op 9 juni 2023 te Burgerbrug, gemeente Schagen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De artikelen 54 en 92 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, de artikelen 14a, 14b, 14c, 23, 24, 24c en 62 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 8, 176 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 15-250552-23 onder 1 bewezenverklaarde:

Veroordeelt de verdachte tot een geldboete van € 600,00 (zeshonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 6 (zes) dagen hechtenis.

Ontzegt de verdachte ter zake van het onder 1 bewezenverklaarde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 4 (vier) maanden.

Bepaalt dat de bijkomende straf van ontzegging niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Ten aanzien van het onder 2 bewezenverklaarde

Veroordeelt de verdachte tot een geldboete van € 380,00 (driehonderdtachtig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 3 (drie) dagen hechtenis.

Gewezen door mr. R.A.E. van Noort, in bijzijn van mr. N.R.H. Marsera, griffier.

mr. R.A.E. van Noort