Strafrecht overig

Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen behalve ten aanzien van de…

Zaakgegevens

Op 11 juni 2026 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
11 juni 2026
Datum publicatie
19 augustus 2026
Zaaknummer
23-000428-25
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2026:2286
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen behalve ten aanzien van de straf. beslagbeslissing: Het hof is van oordeel dat het ten laste gelegde en bewezen verklaarde is begaan met betrekking tot het in beslag genomen en nog niet teruggegeven geldbedrag van € 3.175,-. Het behoort aan de verdachte toe en zal daarom worden verbeurdverklaard.

Uitspraak

Inhoudsopgave

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-000428-25

datum uitspraak: 11 juni 2026

TEGENSPRAAK

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 14 februari 2025 in de strafzaak onder parketnummer 13-347413-24 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1980,

adres: [adres 1] .

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 11 juni 2026 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen behalve ten aanzien van de straf. In zoverre zal het vonnis worden vernietigd.

Oplegging van straf

De rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde feit veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 16 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk, met aftrek van het voorarrest, met een proeftijd van 2 jaren met algemene en bijzondere voorwaarden. Daarnaast heeft de rechtbank de verdachte veroordeeld tot een taakstraf van 240 uren, te vervangen door 120 dagen hechtenis, en een bedrag van 3.175 euro verbeurdverklaard.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 16 maanden, waarvan het onvoorwaardelijke deel gelijk is aan het voorarrest van 18 dagen, met aftrek van het voorarrest en met een proeftijd van 2 jaren en de bijzondere voorwaarden zoals opgelegd in eerste aanleg. Daarnaast heeft de advocaat-generaal een taakstraf gevorderd van 240 uren, te vervangen door 120 dagen hechtenis voor het geval de verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte.

Het hof heeft daarbij in het bijzonder acht geslagen op het blanco strafblad van de verdachte en diens persoonlijke omstandigheden. Het hof neemt daarbij in aanmerking dat de verdachte gedurende langere tijd heeft geworsteld met verslavingsproblematiek, maar dat hij daarin inmiddels een positieve ontwikkeling heeft doorgemaakt. Uit hetgeen ter terechtzitting naar voren is gekomen blijkt dat de verdachte zich actief inzet om zijn leven weer op orde te krijgen en gemotiveerd is om zijn verslaving blijvend achter zich te laten.

Voorts heeft het hof meegewogen dat de verdachte zich consequent houdt aan de afspraken die in het kader van zijn begeleiding en behandeling met de betrokken hulpverlenende instanties zijn gemaakt. Hij toont zich coöperatief, komt zijn verplichtingen na en werkt constructief mee aan de ingezette hulpverlening. Deze omstandigheden geven het hof aanleiding om aan te nemen dat het zal blijven bij deze eenmalige forse misstap en dat de verdachte in de toekomst niet opnieuw in de fout zal gaan.

Het hof acht, alles afwegende, een taakstraf en een gevangenisstraf van na te melden duur, waarbij de verdachte het onvoorwaardelijk deel van de gevangenisstraf al in voorarrest heeft ondergaan, passend en geboden.

Beslag

Onder de verdachte is een geldbedrag van € 3.175,- in beslag genomen. De verdachte heeft op zitting in eerste aanleg en in hoger beroep mondeling afstand gedaan van dit geldbedrag. De advocaat-generaal heeft verbeurdverklaring van het geldbedrag gevorderd.

Het hof is van oordeel dat het ten laste gelegde en bewezen verklaarde is begaan met betrekking tot het in beslag genomen en nog niet teruggegeven geldbedrag van € 3.175,-. Het behoort aan de verdachte toe en zal daarom worden verbeurdverklaard.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet en de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 33, 33a en 47 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de straf en doet in zoverre opnieuw recht.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 16 (zestien) maanden.

Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 462 (vierhonderdtweeënzestig) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd.

Stelt als bijzondere voorwaarden:

- De veroordeelde meldt zich binnen drie werkdagen na het ingaan van de proeftijd bij

Reclassering Inforsa op het adres [adres 2] . De veroordeelde blijft zich

melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt.

- De veroordeelde laat zich behandelen door Forensische Ambulante Zorg (FAZ) van Inforsa of

een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. De veroordeelde houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Gelet op de problematiek van de veroordeelde kan hieronder ook het innemen van medicijnen vallen, als en wanneer de zorgverlener dat nodig vindt.

- De veroordeelde spant zich in voor het vinden en behouden van betaald werk, onbetaald werk

en/of vrijetijdsbesteding, met een vaste structuur. De dagbesteding draagt bij aan het

voorkomen van delictgedrag.

- De veroordeelde werkt mee aan controle van het gebruik van alcohol en drugs om het

middelengebruik te beheersen. De reclassering kan urineonderzoek en ademonderzoek

(blaastest) gebruiken voor de controle. De reclassering bepaalt hoe vaak de veroordeelde wordt

gecontroleerd.

Van rechtswege gelden hierbij als voorwaarden dat de verdachte:

  • meewerkt aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een geldig identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

  • meewerkt aan het hierna te noemen reclasseringstoezicht als bedoeld in artikel 14c van het Wetboek van Strafrecht, waaronder het meewerken aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dat noodzakelijk vindt.

Geeft opdracht dat de reclassering toezicht houdt op de naleving van de voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan begeleidt.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 240 (tweehonderdveertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 120 (honderdtwintig) dagen hechtenis.

Verklaart verbeurd het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:

3.175,- euro.

Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. R.A. Boon, mr. J.J. Roos en mr. A.E.M. Röttgering, in tegenwoordigheid van mr. N.R.H. Marsera, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 11 juni 2026.

mr. R.A. Boon, mr. A.E.M. Röttgering en mr. N.R.H. Marsera zijn buiten staat dit arrest te ondertekenen.