Strafrecht overig
Verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, gelet op artikel 416 lid 2 Sv. Voorafgaand aan de zitting…
ECLI:NL:GHAMS:2026:2593 · Gerechtshof Amsterdam · 14 augustus 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghams-2026-2593
Zaakgegevens
Op 14 augustus 2026 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 14 augustus 2026
- Datum publicatie
- 9 september 2026
- Zaaknummer
- 23-000061-26
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2026:2593
Samenvatting
Verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, gelet op artikel 416 lid 2 Sv. Voorafgaand aan de zitting heeft de raadsvrouw meegedeeld dat verdachte zich met het vonnis van de rechtbank kan verenigen en geen inhoudelijke behandeling van het hoger beroep wenst.
Uitspraak
Inhoudsopgave
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-000061-26
datum uitspraak: 14 augustus 2026
TEGENSPRAAK (na aanhouding niet verschenen)
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 6 januari 2026 in de strafzaak onder parketnummer 15-267852-25 tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] ([geboorteland]) op [geboortedag] 1988,
thans uit anderen hoofde gedetineerd in [detentieadres].
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Onderzoek ter terechtzitting
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 14 augustus 2026 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hoger beroep van de verdachte niet-ontvankelijk dient te worden verklaard, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv).
Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep
Door of namens de verdachte is geen schriftuur ingediend. Ter rolzitting van 19 mei 2026 is namens de verdachte toegelicht dat het hoger beroep zich richt tegen de strafmaat. Bij e-mailbericht van 10 augustus 2026 heeft de (nieuwe) raadsvrouw namens de verdachte meegedeeld dat hij zich met het vonnis van de rechtbank kan verenigen en geen inhoudelijke behandeling van het hoger beroep wenst.
De verdachte wordt dan ook geacht het eerder tegen het vonnis opgegeven bezwaar niet langer te handhaven. Gelet hierop en nu ook overigens niet is gebleken van enig rechtens te respecteren belang dat is gediend met enig onderzoek van de zaak, zal het hoger beroep van de verdachte niet-ontvankelijk worden verklaard, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, Sv.
BESLISSING
Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.C. Bijlsma, mr. H.A. van Eijk en mr. N. Kwak, in tegenwoordigheid van mr. R.C.E. van Tilburg, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 14 augustus 2026.