Strafrecht overig
Vrijspraak hennepfeiten. Op basis van het dossier is niet met een voor een bewezenverklaring vereiste mate…
Gerechtshof Amsterdam, 30 januari 2026
ECLI:NL:GHAMS:2026:2602 · Gerechtshof Amsterdam · 30 januari 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghams-2026-2602
Zaakgegevens
Op 30 januari 2026 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 30 januari 2026
- Datum publicatie
- 10 september 2026
- Zaaknummer
- 23-000844-25
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2026:2602
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Vrijspraak hennepfeiten. Op basis van het dossier is niet met een voor een bewezenverklaring vereiste mate van zekerheid vast te stellen dat de verdachte de onder 1 en 2 genoemde hennep in de vorm van hennepplanten, - toppen en -plantresten opzettelijk (met anderen) aanwezig heeft gehad, in die zin dat onvoldoende is gebleken dat deze zich (mede) in haar beschikkingsmacht bevonden. Het hof betrekt daarbij het gegeven dat het dossier onvoldoende concreet inzicht geeft in de situatie in de woning ten tijde van het binnentreden daarvan, en in het tijdsverloop tussen de aankomst van de verdachte in de woning en het binnentreden van de politie.
Uitspraak
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-000844-25
datum uitspraak: 30 januari 2026
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 3 april 2025 in de strafzaak onder parketnummer 13-324054-23 tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1969,
adres: [adres 1].
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 16 januari 2026 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsvrouw naar voren hebben gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep wordt bevestigd.
Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep
De verdachte is door politierechter vrijgesproken van de feiten 3 en 4. Haar hoger beroep is ook tegen die vrijspraken ingesteld en dat kan niet volgens de wet (artikel 404, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering). Het hof zal het beroep tegen die vrijspraken daarom niet inhoudelijk behandelen.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is, voor zover in hoger beroep aan de orde, tenlastegelegd dat:
1.
hij op of omstreeks 20 februari 2021 te Diemen, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan de [adres 2]) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 77 en/of 214 en/of 400 planten, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
2.
hij op of omstreeks 20 februari 2021 te Diemen, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan de [adres 2]) een sealbag (6029059) bevattende een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 7920 gram henneptoppen en/of een sealbag (6029060) bevattende een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 7430 gram henneptoppen en/of en/of een sealbag (6029061) bevattende een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 2894 gram hennepplantresten, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.
Vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere beslissing komt ten aanzien van de bewijsvraag.
Vrijspraak
De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat de feiten 1 en 2 wettig en overtuigend kunnen worden bewezen, in die zin dat de verdachte met anderen 77 en 214 hennepplanten opzettelijk aanwezig heeft gehad en ook een sealbag met daarin 2894 gram hennepplantresten. Hij heeft daartoe aangevoerd dat alle in de betreffende woning aanwezige personen naar uiterlijke verschijningsvorm bezien beschikkingsmacht hebben gehad over deze voorwerpen, nu zij langere tijd in de woning aanwezig zijn geweest en de woning evident als hennepkwekerij was ingericht. Voorts heeft hij daartoe aangevoerd dat hij de door de verdachte afgelegde verklaring over haar aanwezigheid in de woning ongeloofwaardig vindt.
Het hof overweegt als volgt.
Op basis van het dossier is niet met een voor een bewezenverklaring vereiste mate van zekerheid vast te stellen dat de verdachte de onder 1 en 2 genoemde hennep in de vorm van hennepplanten, - toppen en
-plantresten opzettelijk(met anderen) aanwezig heeft gehad, in die zin dat onvoldoende is gebleken dat deze zich (mede) in haar beschikkingsmacht bevonden. Het hof betrekt daarbij het gegeven dat het dossier onvoldoende concreet inzicht geeft in de situatie in de woning ten tijde van het binnentreden daarvan, en in het tijdsverloop tussen de aankomst van de verdachte in de woning en het binnentreden van de politie. Het bewijs voor de andere van de onder feit 1 opgenomen gedragingen ontbreekt ook.
Naar het oordeel van het hof is dan ook niet wettig en overtuigend bewezen wat de verdachte onder 1 en 2 is tenlastegelegd, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken.
BESLISSING
Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het onder 3 en 4 tenlastegelegde.
Vernietigt het vonnis waarvan beroep, voor zover aan het inhoudelijk oordeel van het hof onderworpen, en doet in zoverre opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. B.A.A. Postma, mr. A.W.T. Klappe en mr. M.A.H. van Dalen-van Bekkum, in tegenwoordigheid van mr. M.C. de Rade, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 30 januari 2026.
mrs. M.A.H. van Dalen-van Bekkum en M.C. de Rade zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
=========================================================================
[…]