Strafrecht overig
N-O, art. 416 lid 2 Sv. Verdachte wenst het HB niet te handhaven.
Gerechtshof Amsterdam, 24 september 2026
ECLI:NL:GHAMS:2026:2894 · Gerechtshof Amsterdam · 24 september 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghams-2026-2894
Zaakgegevens
Op 24 september 2026 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 24 september 2026
- Datum publicatie
- 8 oktober 2026
- Zaaknummer
- 23-001608-26
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2026:2894
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
N-O, art. 416 lid 2 Sv. Verdachte wenst het HB niet te handhaven.
Uitspraak
Afdeling strafrecht
parketnummer: 23-001608-26
datum uitspraak: 24 september 2026
VERSTEK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de kinderrechter in de rechtbank Amsterdam van 16 juli 2026 in de gevoegde strafzaken onder de parketnummers 13-348946-25 en 13-135015-26 tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2008,
adres: [adres].
Onderzoek ter terechtzitting
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 24 september 2026.
Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal strekkende tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het hoger beroep.
Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep
Nu namens de verdachte door zijn raadsvrouw voorafgaand aan de terechtzitting per e-mail van 23 september 2026 te kennen is gegeven dat de verdachte het hoger beroep niet wil handhaven, maar de akte intrekking nog niet bij het hof is binnengekomen op het tijdstip dat de zaak door de bode is uitgeroepen, moet hij geacht worden de eerder tegen het vonnis opgegeven bezwaren in te trekken. Ook overigens is niet gebleken van enig rechtens te respecteren belang dat is gediend met enig nader onderzoek van de zaak. Om die reden wordt de verdachte, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, niet-ontvankelijk verklaard in het ingestelde hoger beroep.
BESLISSING
Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. C.J. van der Wilt, mr. C.P.E.M. Fonteijn-van der Meulen en mr. D. Greven, in tegenwoordigheid van mr. S.S.I. Jackson, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 24 september 2026.
Mr. C.J. van der Wilt en mr. D. Greven zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.