Strafrecht overig

Vernietigt vonnis. Veroordeelt voor artikel 3 en 11 Opiumwet. Veroordeelt tot een geldboete van 750 euro…

Zaakgegevens

Op 10 februari 2026 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
10 februari 2026
Datum publicatie
17 februari 2026
Zaaknummer
23-002043-24
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2026:376
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Vernietigt vonnis. Veroordeelt voor artikel 3 en 11 Opiumwet. Veroordeelt tot een geldboete van 750 euro, waarvan 250 euro voorwaardelijk.

Uitspraak

Inhoudsopgave

afdeling strafrecht

parketnummer eerste aanleg : 13-348621-24

parketnummer hoger beroep : 23-000695-25

TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)

Arrest van het gerechtshof Amsterdam, enkelvoudige strafkamer, van 10 februari 2026 gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 21 maart 2025 in de zaak tegen de verdachte:

naam: [verdachte]

voornamen: [verdachte]

geboren: op [geboortedag] 1996 te [geboorteplaats]

adres: [adres] (thans uit anderen hoofde gedetineerd te [detentieadres] )

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De artikelen 3 en 11 van de Opiumwet en de artikelen 14a, 14b, 14c, 23, 24, 24c en 63 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de opgelegde geldboete en doet in zoverre opnieuw recht.

Veroordeelt de verdachte tot een geldboete van € 750,00 (zevenhonderdvijftig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 7 (zeven) dagen hechtenis.

Bepaalt dat een gedeelte van de geldboete, groot € 250,00 (tweehonderdvijftig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 2 (twee) dagen hechtenis, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde geldboete in mindering zal worden gebracht, volgens de maatstaf van € 50,00 per in voorarrest doorgebrachte dag, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige, met dien verstande dat artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht aan de toepasselijke wettelijke voorschriften wordt toegevoegd.

Gewezen door mr. D.A.C. Koster, in bijzijn van mr. L.A.H. van Wieren en mr. C.H. Sillen, griffiers.

mr. D.A.C. Koster