Strafrecht overig

Unus-arrest. Verdachte N-O feit 1, o.g.v. art. 404 lid 5 Sv. Vernietigt vonnis. GS 3 weken MA.

Zaakgegevens

Op 5 februari 2026 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
5 februari 2026
Datum publicatie
19 februari 2026
Zaaknummer
23-000722-23
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2026:400
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Unus-arrest. Verdachte N-O feit 1, o.g.v. art. 404 lid 5 Sv. Vernietigt vonnis. GS 3 weken MA.

Uitspraak

Inhoudsopgave

afdeling strafrecht

parketnummer eerste aanleg : 13-328806-22

parketnummer hoger beroep : 23-000722-23

TEGENSPRAAK

Arrest van het gerechtshof Amsterdam, enkelvoudige strafkamer, van 5 februari 2026 gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 24 februari 2023 in de zaak tegen de verdachte:

naam: [verdachte]

voornamen: [verdachte]

geboren: op [geboortedag] 1989 te [geboorteplaats]

adres: [adres] .

Kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het onder 2 bewezenverklaarde levert op:

diefstal door twee of meer verenigde personen.

gepleegd
feit 2:
op 16 december 2022 te Amstelveen;

Toepasselijke wettelijke voorschriften

de artikelen 14a, 14b, 14c en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het onder 1 tenlastegelegde.

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) weken.

Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Gewezen door mr. M. Iedema, in bijzijn van R.C.E. van Tilburg, griffier.

mr. M. Iedema