Strafrecht overig
wettig en overtuigend bewijs niet meewerken aan blaastest, artikel 163 WVW; bevestiging
ECLI:NL:GHAMS:2026:515 · Gerechtshof Amsterdam · 26 februari 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghams-2026-515
Zaakgegevens
Op 26 februari 2026 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 26 februari 2026
- Datum publicatie
- 2 maart 2026
- Zaaknummer
- 23-002310-23
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2026:515
Samenvatting
wettig en overtuigend bewijs niet meewerken aan blaastest, artikel 163 WVW; bevestiging
Uitspraak
Inhoudsopgave
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-002310-23
datum uitspraak: 26 februari 2026
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 26 juli 2023 in de strafzaak onder parketnummer 96-225733-22 tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 1978,
adres: [adres] .
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 12 februari 2026 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen met dien verstande dat daaraan wordt toegevoegd dat in hoger beroep de redelijke termijn is overschreden en artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht (verder: Sr) van toepassing is.
Vonnis waarvan beroep
Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen met dien verstande dat het hof;
- de door de rechtbank gebezigde bewijsmiddelen zal uitwerken indien beroep in cassatie wordt ingesteld;
- aan de toepasselijke wetsartikelen artikel 63 Sr toevoegt;
- aan de bewijsmotivering de navolgende overweging toevoegt;
Hetgeen de raadsman in hoger beroep heeft aangevoerd brengt het hof niet tot een ander oordeel.;
- in de strafmotivering schrapt de navolgende overweging;
De politierechter ziet gelet op het voorgaande geen aanleiding om van de oriëntatiepunten voor
straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht ( LOVS) af te wijken.
- aan de strafmotivering de navolgende overweging toevoegt;
Het hof stelt vast dat na het instellen van hoger beroep op 9 augustus 2023 ruim 2 en een half jaar zijn verstreken voordat het hof arrest wijst, waardoor de redelijke termijn waarbinnen strafzaken dienen te worden berecht – uitgaande van twee jaar per instantie en gerekend vanaf de datum waarop namens de verdachte hoger beroep is ingesteld – in hoger beroep met zes maanden is overschreden. Het toepasselijke oriëntatiepunt van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht noemt voor een overtreding van artikel 163 van de Wegenverkeerswet door een bestuurder van een auto een geldboete ter hoogte van € 1.300,00 en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 9 maanden. In beginsel acht het hof dit een passende straf. Gelet evenwel op de hiervoor vastgestelde overschrijding van de redelijke termijn zal het hof dit verdisconteren in de strafmaat en acht het hof daarom een geldboete ter hoogte van € 1.000,00 alsmede een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 9 maanden, waarvan 3 maanden voorwaardelijk, passend en geboden.
Beslissing
Het hof:
Bevestigt het vonnis waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M. Iedema, mr. N.R.A. Meerbeek en mr. S.C.C. Hes-Bakkeren, in tegenwoordigheid van mr. A.M. van Tilburg, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 26 februari 2026.
De jongste raadsheer is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
=========================================================================
[…]