Strafrecht overig

Verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.

Gerechtshof Amsterdam, 24 februari 2026

Zaakgegevens

Op 24 februari 2026 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
24 februari 2026
Datum publicatie
13 maart 2026
Zaaknummer
23-000058-25
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2026:656
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.

Procesgang

  1. Rechtbank Amsterdam · 18 december 2024

    ECLI:NL:RBAMS:2024:7991
  2. Gerechtshof Amsterdam · 24 februari 2026deze uitspraak

    ECLI:NL:GHAMS:2026:656

    Overig

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-000058-25

datum uitspraak: 24 februari 2026

TEGENSPRAAK

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 18 december 2024 in de strafzaak onder parketnummer 13-235408-24 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1992,

adres: [adres] .

Onderzoek ter terechtzitting

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 24 februari 2026.

De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot niet-ontvankelijkheidsverklaring van de verdachte in het hoger beroep.

Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep

Nu namens de verdachte ter terechtzitting te kennen is gegeven dat de verdachte het hoger beroep niet wil handhaven, moet hij geacht worden de eerder tegen het vonnis opgegeven bezwaren in te trekken, zodat hij, nu ook overigens niet is gebleken van enig rechtens te respecteren belang dat is gediend met enig nader onderzoek van de zaak, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het ingestelde hoger beroep.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M.J.A. Duker, mr. M.J.A. Plaisier en mr. C.P.E.M. Fonteijn-van der Meulen, in tegenwoordigheid van mr. M. Boelens, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 24 februari 2026.