Strafrecht overig
Naar het oordeel van het hof kan niet met de voor een bewezenverklaring vereiste mate van zekerheid worden…
Gerechtshof Amsterdam, 13 januari 2026
ECLI:NL:GHAMS:2026:718 · Gerechtshof Amsterdam · 13 januari 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghams-2026-718
Zaakgegevens
Op 13 januari 2026 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 13 januari 2026
- Datum publicatie
- 16 maart 2026
- Zaaknummer
- 23-001168-23
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2026:718
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Naar het oordeel van het hof kan niet met de voor een bewezenverklaring vereiste mate van zekerheid worden vastgesteld dat de op de camerabeelden door verbalisanten als de verdachte herkende persoon daadwerkelijk de verdachte is, zodat de verdachte moet worden vrijgesproken van het tenlastegelegde.
Uitspraak
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-001168-23
datum uitspraak: 13 januari 2026
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 7 april 2023 in de strafzaak onder parketnummer 13-307404-21 tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1999,
adres: [adres] .
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 13 januari 2026 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
1.
hij op of omstreeks 29 maart 2021 te Amsterdam opzettelijk, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2] , in zijn/haar/hun tegenwoordigheid, mondeling, heeft beledigd door hem/haar/hun de woorden toe te voegen:
- " Flikkers", - "Kankerhomo's" en/of
- " Kankerflikkers"
althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking en/of door in hun richting te spugen;
2.
hij op of omstreeks 29 maart 2021 te Amsterdam [benadeelde partij 2] heeft mishandeld door die [benadeelde partij 2] tegen zijn rug, althans tegen het lichaam, te schoppen.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.
Vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof anders dan de politierechter komt tot een vrijspraak van het tenlastegelegde.
Vrijspraak
De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte vrijgesproken dient te worden, nu er teveel twijfels zijn of het de verdachte is geweest die het tenlastegelegde heeft begaan.
De raadsman heeft bepleit dat de verdachte dient te worden vrijgesproken. Daartoe heeft hij aangevoerd dat er sprake is van tegenstrijdige herkenningen door met name de verbalisanten en dat de verdachte van begin af aan stellig heeft ontkend dat hij de persoon op de beelden is.
Naar het oordeel van het hof kan niet met de voor een bewezenverklaring vereiste mate van zekerheid worden vastgesteld dat de op de camerabeelden door verbalisanten als de verdachte herkende persoon daadwerkelijk de verdachte is, zodat de verdachte moet worden vrijgesproken van het tenlastegelegde.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 1]
De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 200,00, bestaande uit immateriële schade. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.
De verdachte wordt niet schuldig verklaard ter zake van het onder 1 tenlastegelegde handelen waardoor de gestelde schade zou zijn veroorzaakt. De benadeelde partij kan daarom in de vordering niet worden ontvangen.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 2]
De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 300,00, bestaande uit immateriële schade. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.
De verdachte wordt niet schuldig verklaard ter zake van het onder 1 en 2 tenlastegelegde handelen waardoor de gestelde schade zou zijn veroorzaakt. De benadeelde partij kan daarom in de vordering niet worden ontvangen.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 1]
Verklaart de benadeelde partij [benadeelde partij 1] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.
Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 2]
Verklaart de benadeelde partij [benadeelde partij 2] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.
Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M.M.H.P. Houben, mr. R.A.E. van Noort en mr. A.M.M.E. Doekes-Beijnes, in tegenwoordigheid van mr. M.S. Fritsche, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 13 januari 2026.
mr. A.M.M.E. Doekes-Beijnes is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen