Strafrecht overig

Bevestiging vonnis behalve ten aanzien van de vordering TUL. Bedreiging met zware mishandeling.

Gerechtshof Amsterdam, 27 februari 2026

Zaakgegevens

Op 27 februari 2026 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
27 februari 2026
Datum publicatie
17 maart 2026
Zaaknummer
23-003258-23
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2026:734
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Bevestiging vonnis behalve ten aanzien van de vordering TUL. Bedreiging met zware mishandeling.

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-003258-23

datum uitspraak: 27 februari 2026

VERSTEK

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 30 november 2023 in de strafzaak onder de parketnummers 13-315985-23 en 09-283254-23 (TUL) tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 1987,

adres: zonder bekende woon- of verblijfplaats.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van

13 februari 2026 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen behalve ten aanzien van de beslissing omtrent de vordering tot tenuitvoerlegging. In zoverre zal het vonnis worden vernietigd.

Vordering tenuitvoerlegging

Het openbaar ministerie heeft gevorderd de tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Den Haag van 30 oktober 2023 opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf van vier dagen met een proeftijd van twee jaren. Deze vordering is door de politierechter toegewezen.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk zal worden verklaard in de vordering tot tenuitvoerlegging, omdat de vordering reeds is toegewezen en ten uitvoer gelegd in een andere (onherroepelijke) strafzaak.

Nu het hof 's-Hertogenbosch in zijn arrest van 17 februari 2025 in de zaak met parketnummer

20-002747-24 reeds onherroepelijk op deze vordering heeft beslist, zal het hof het openbaar ministerie niet-ontvankelijk verklaren in de vordering tot tentuitvoerlegging.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de beslissing over de vordering tot tenuitvoerlegging en doet in zoverre opnieuw recht.

Verklaart het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vordering tenuitvoerlegging, met parketnummer 09-283254-23.

Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige, met inachtneming van het hiervoor overwogene.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.M. Koolen – Zwijnenburg, mr. J.J. Roos en mr. A.P.M. van Rijn, in tegenwoordigheid van mr. S.B. Zoet en mr. L.M. van Leeuwen, griffiers, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 27 februari 2026.

mr. A.M. Koolen-Zwijnenburg, mr. J.J. Roos en mr. S.B. Zoet zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.