Strafrecht overig
Gerechtshof Amsterdam · Hoger beroep · Strafrecht overig
Gerechtshof Amsterdam, 19 maart 2026
ECLI:NL:GHAMS:2026:941 · Gerechtshof Amsterdam · 19 maart 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghams-2026-941
Zaakgegevens
Op 19 maart 2026 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 19 maart 2026
- Datum publicatie
- 8 april 2026
- Zaaknummer
- 23-002226-25
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2026:941
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
vd NO in HB, 416 lid 2
Uitspraak
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-002226-25
datum uitspraak: 19 maart 2026
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de kinderrechter in de rechtbank Amsterdam van 12 september 2025 in de strafzaak onder de parketnummers 13-174400-25 en 13-169142-24 (TUL) tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2010,
[adres] ,
thans uit anderen hoofde gedetineerd in [detentieadres] .
Onderzoek ter terechtzitting
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 19 maart 2026.
Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot niet-ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep, en van hetgeen de raadsvrouw en de verdachte naar voren hebben gebracht.
Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep
Op 8 oktober 2025 heeft de voormalig raadsman van de verdachte, mr. E. El Assrouti, bij appel-schriftuur te kennen gegeven dat het hoger beroep zich richt tegen de bewezenverklaring. Ter terechtzitting heeft de huidig raadsvrouw van de verdachte, mr. T de Wit, in het bijzijn van de verdachte namens hem te kennen gegeven dat de verdachte het hoger beroep niet langer wil handhaven, zodat de verdachte geacht moet worden de eerder tegen het vonnis opgegeven bezwaren in te trekken. Nu ook overigens niet is gebleken van enig rechtens te respecteren belang dat is gediend met enig nader onderzoek van de zaak zal de verdachte, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, niet-ontvankelijk worden verklaard in het ingestelde hoger beroep.
BESLISSING
Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M. Iedema, mr. M.J.A. Duker en J.H. van der Werff, in tegenwoordigheid van mr. A.M. van Tilburg, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 19 maart 2026.
De jongste raadsheer is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.