Strafrecht overig
Kolbakzaak. Verzochte vergoeding 89 Sv afgewezen.
ECLI:NL:GHAMS:2010:BM0586 · Gerechtshof Amsterdam · 1 april 2010
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/strafrecht/strafrecht-overig/raadkamer/ecli-nl-ghams-2010-bm0586
Zaakgegevens
Op 1 april 2010 heeft het Gerechtshof Amsterdam uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 1 april 2010
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- R 1449-09
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- RaadkamerRaadkamerEen zitting die niet openbaar is, bijvoorbeeld over voorlopige hechtenis of een klacht over niet-vervolging.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. R.A. van der Horst
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2010:BM0586
Samenvatting
Kolbakzaak. Verzochte vergoeding 89 Sv afgewezen.
Uitspraak
GERECHTSHOF TE AMSTERDAM
Rekestnummer: R 1449-09
Parketnummer: 23-000299-08
BESCHIKKING
op het op 2 oktober 2009 ter griffie van dit hof ingekomen
verzoekschrift ingevolge artikel 89 van het Wetboek van Strafvordering van:
[verzoeker],
geboren te [plaats] op [geboortedatum],
woonplaats kiezende te [plaats].
Advocaat: mr. R.A. van der Horst, advocaat te Amsterdam.
Inhoud van het verzoek
Het verzoekschrift strekt tot het verkrijgen van een vergoeding ten laste van de Staat tot een bedrag van in totaal € 42.085,-, “nog te vermeerderen met € 20 per dag in politiecel/ beperkingen”, terzake van schade die de verzoeker stelt te hebben geleden als gevolg van de ondergane verzekering en voorlopige hechtenis in de strafzaak met voormeld parketnummer.
Procesverloop
Het hof heeft kennis genomen van de stukken in de strafzaak met voormeld parketnummer en heeft op 5 januari 2010 de advocaat-generaal, de verzoeker en de advocaat van de verzoeker ter gelegenheid van de openbare behandeling van het verzoekschrift in raadkamer gehoord. De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot afwijzing van het verzoek.
Beoordeling van het verzoek
Het verzoekschrift is tijdig ter griffie van dit hof ingediend.
Bij - inmiddels onherroepelijk geworden - arrest van 3 juli 2009 is de verzoeker vrijgesproken van het hem onder 2 tenlastegelegde feit. De rechtbank te Haarlem had de verzoeker bij vonnis van 21 december 2007 vrijgesproken van het hem onder 1 tenlastegelegde feit en bij voormeld arrest is het openbaar ministerie niet ontvankelijk verklaard in het hoger beroep tegen deze beslissing van de rechtbank. De strafzaak is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel.
De verzoeker heeft met ingang van 30 januari 2006 verzekering en voorlopige hechtenis ondergaan. Op 17 april 2007 is de voorlopige hechtenis in de onderhavige strafzaak opgeschort en deze is nadien niet meer hervat.
Naar het oordeel van het hof zijn er, alle omstandigheden in aanmerking genomen, geen gronden van billijkheid aanwezig voor het toekennen van een vergoeding. Daarbij heeft het hof gelet op de inhoud van het dossier. Het hof acht het in het bijzonder van betekenis dat de verzoeker, van rechtsgeleerde bijstand voorzien, ervoor heeft gekozen tijdens het vooronderzoek vanaf 1 februari 2006 en tijdens het onderzoek ter terechtzitting vrijwel geen vraag omtrent hetgeen hem werd verweten, te beantwoorden; het stond de verzoeker vrij zich zo op te stellen, maar hij heeft daardoor de gelegenheid onbenut gelaten ertoe bij te dragen dat de ernstige bezwaren tegen hem, die aanleiding gaven tot de (voortgezette) toepassing van voorlopige hechtenis, zouden worden weggenomen. Vooral echter heeft het hof ook gelet op de motivering van de vrijspraak, opgenomen in voormeld arrest van 3 juli 2009.
Derhalve moet worden beslist als volgt.
Beslissing
Het hof:
Wijst het verzochte af.
Beveelt de onverwijlde betekening van deze beschikking aan de verzoeker.
Deze beschikking is gegeven door de achtste meervoudige strafkamer van het gerechtshof te Amsterdam, waarin zitting hadden mrs. Chorus, Dun en Gonggrijp-van Mourik, in tegenwoordigheid van mr. Laatsch als griffier, en is uitgesproken op de openbare zitting van dit hof van 1 april 2010.