Strafrecht overig

Niet op voorhand voldoende duidelijk dat beroep op onherstelbaar vormverzuim gehonoreerd zal worden.

Gerechtshof Amsterdam, 13 januari 2016

Zaakgegevens

Op 13 januari 2016 heeft het Gerechtshof Amsterdam uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
13 januari 2016
Datum publicatie
17 november 2016
Zaaknummer
13/730108-15
Procedure
Raadkamer
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2016:4561
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Niet op voorhand voldoende duidelijk dat beroep op onherstelbaar vormverzuim gehonoreerd zal worden.

Uitspraak

13-730108-15

GERECHTSHOF AMSTERDAM,

MEERVOUDIGE STRAFKAMER, RAADKAMER

BESCHIKKING in raadkamer op het hoger beroep in de zaak van

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1973,

wonende te [adres],

thans verblijvende in het huis van bewaring PI Nieuwegein, Huis van Bewaring locatie Nieuwegein,

tegen de beschikking van de rechtbank te Amsterdam van 21 december 2015, houdende bevel tot zijn gevangenhouding en afwijzing van het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis.

De feiten en de rechtsgang

Het hof heeft kennis genomen van de akte van de griffier van de rechtbank te Amsterdam van 23 december 2015, waarbij namens de verdachte hoger beroep is ingesteld van voormelde beschikking van die rechtbank.

Het hof heeft gezien de beschikking waarvan beroep en heeft kennis genomen van de stukken betrekking hebbend op de voorlopige hechtenis van de verdachte en heeft gehoord de advocaat-generaal en de verdachte, bijgestaan door diens raadsvrouw mr. [naam], advocaat te Amsterdam.

De beoordeling

Het hof verenigt zich met de beschikking waarvan beroep en de gronden waarop deze berust.

Het hof constateert in de gang van zaken rond de aanhouding van de verdachter en de doorzoeking van diens auto niet op voorhand strijd met de gangbare jurisprudentie, noch met de door de raadsvrouw aangehaalde of enige andere jurisprudentie van het hof Amsterdam in het bijzonder (zie ECLI:NL:GAMS:2015:5306). Het hof is van oordeel dat niet op voorhand voldoende duidelijk is dat het door de raadsvrouw aangekondigde beroep op een onherstelbaar vormverzuim gehonoreerd zal worden. Onder die omstandigheden acht het hof voldoende ernstige bezwaren aanwezig en doet zich een omstandigheid zoals bedoeld in artikel 67a lid 3 Sv zich thans niet voor.

Met betrekking tot het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis geldt dat dit verzoek moet worden afgewezen, omdat het belang dat de verdachte heeft bij zijn invrijheidstelling niet opweegt tegen de gewichtige redenen van maatschappelijke veiligheid die in het bevel tot zijn gevangenhouding zijn aangewezen, welke ook thans nog grond geven tot voortduring van zijn vrijheidsbeneming.

13-730108-15

De beslissing

Het hof:

WIJST AF het beroep tegen de bestreden beschikking.

Deze beschikking is gegeven op 13 januari 2016 in raadkamer van dit hof door

mr. M.J.G.B. Heutink, voorzitter,

mrs. J.L Bruinsma en H.F. van Kregten, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. S.A.M. Borg als griffier.

De advocaat-generaal bij dit gerechtshof brengt vorenstaande beschikking ter kennis van de verdachte.

Amsterdam, 13 januari 2016,

de advocaat-generaal