Strafrecht overig

Artikel 552a Sv. Beslag dient voor te duren: door klager te betalen eindbedrag (nog) niet te bepalen.

Gerechtshof Amsterdam, 9 december 2016

Zaakgegevens

Op 9 december 2016 heeft het Gerechtshof Amsterdam uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
9 december 2016
Datum publicatie
3 januari 2017
Zaaknummer
R001383-16
Procedure
Raadkamer
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2016:5694
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Artikel 552a Sv. Beslag dient voor te duren: door klager te betalen eindbedrag (nog) niet te bepalen.

Uitspraak

beschikking

[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]

GERECHTSHOF AMSTERDAM

Afdeling strafrecht

rekestnummer: 001383-16

parketnummer: 23-002428-16

Beschikking van de meervoudige kamer op het op 5 juli 2016 ter griffie van dit hof ingekomen klaagschrift

ex artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:

[verdachte],

geboren op [geboortedag] 1987 te [geboorteplaats] (Roemenië),

domicilie kiezende ten kantore van zijn advocaat mr. [naam]

[adres].

Inhoud van het klaagschrift

Het klaagschrift strekt tot opheffing van het beslag op het in beslag genomen en nog niet teruggegeven voertuig onder betaling van een voorgestelde zekerheidsstelling van € 5.000,00.

Procesgang

De personenauto van klager is in de strafzaak met bovengenoemd parketnummer onder klager in beslag genomen. Klager heeft verzocht om opheffing van dit beslag en teruggave van de auto.

Het klaagschrift is behandeld ter terechtzitting in eerste aanleg van 8 juni 2016. Bij beschikking van

22 juni 2016 heeft de rechtbank Amsterdam beslist dat slechts de betaling van een zekerheidsstelling van

€ 12.200,00 in de plaats kon treden van de tot zekerheidstelling in beslag genomen auto.

Klager is bij vonnis van de rechtbank Amsterdam van 22 juni 2016 veroordeeld wegens – kortgezegd – openlijk geweld in vereniging tegen personen en medeplegen zware mishandeling. De rechtbank heeft twee vorderingen van benadeelde partijen toegewezen ter hoogte van respectievelijk € 4.326,56 en € 500,00, met wettelijke rente, daarbij is de schadevergoedingsmaatregel opgelegd. Tegen het vonnis is hoger beroep ingesteld.

Klager heeft thans aan het hof opheffing van het beslag en teruggave van de zekerheidsstelling verzocht, stellend dat thans voldoende vaststaat tot welk bedrag klager is gehouden tot betaling van schadevergoeding, zodat het beslag voor het overige kan worden opgeheven.

Het hof heeft kennis genomen van de stukken in de beklagzaak, alsmede in de strafzaak met bovengenoemd parketnummer en heeft op 11 november 2016 de advocaat-generaal en de advocaat van de klager ter gelegenheid van de openbare behandeling van het klaagschrift in raadkamer gehoord.

De advocaat-generaal heeft in raadkamer geconcludeerd dat het klaagschrift ongegrond dient te worden verklaard, nu een machtiging tot conservatoir beslag voor een bedrag van € 12.200,00 is verleend ten behoeve van de slachtoffers. Gelet op de nog aanhangige strafzaak dient dit beslag voort te duren.

Beoordeling

Het hof stelt vast dat in de onderhavige strafzaak door de benadeelde partijen schadevergoeding is gevorderd ter hoogte van de volgende bedragen: € 326,56 aan materiële schade, € 4.000 aan immateriële schade (bij wijze van voorschot) en € 3.500,00 aan immateriële schade. De rechtbank is tot een gedeeltelijke toewijzing gekomen van die vorderingen met toewijzing van de wettelijke rente, welke overigens niet door de benadeelde partijen was gevorderd en in zoverre dus afgewezen had moeten worden. In hoger beroep zijn de vorderingen van de benadeelde partijen in ieder geval tot de toegewezen bedragen opnieuw aan de orde, terwijl voorts de mogelijkheid bestaat dat het hof bij toewijzing van enig bedrag ter zake ook de schadevergoedingsmaatregel zal opleggen, en bij dit laatste tevens de betaling van de wettelijke rente over het toegewezen bedrag kan worden opgelegd. Het door de klager te betalen eindbedrag is daardoor (nog) niet te bepalen. Om die reden dient het bedrag onder beslag te blijven totdat onherroepelijk is beslist en uitgekeerd.

Beslissing

Het hof:

Verklaart het beklag ongegrond.

Beveelt de onverwijlde betekening van deze beschikking aan de klager.

Deze beschikking is gegeven door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mrs. J.L. Bruinsma, W.M.C. Tilleman en H.W.J. de Groot, in tegenwoordigheid van

mr. M. Venderbosch als griffier, is ondertekend door de voorzitter en de griffier en is uitgesproken op de openbare zitting van dit hof van 11 november 2016.