Strafrecht overig
Gerechtshof Amsterdam · Raadkamer · Strafrecht overig
Gerechtshof Amsterdam, 7 juni 2017
ECLI:NL:GHAMS:2017:2331 · Gerechtshof Amsterdam · 7 juni 2017
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/strafrecht/strafrecht-overig/raadkamer/ecli-nl-ghams-2017-2331
Zaakgegevens
Op 7 juni 2017 heeft het Gerechtshof Amsterdam uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 7 juni 2017
- Datum publicatie
- 21 juni 2017
- Zaaknummer
- 23/001791-17
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- RaadkamerRaadkamerEen zitting die niet openbaar is, bijvoorbeeld over voorlopige hechtenis of een klacht over niet-vervolging.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2017:2331
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Voorlopige hechtenis
Procesgang
Gerechtshof Amsterdam · 7 juni 2017deze uitspraak
ECLI:NL:GHAMS:2017:2331
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 29 oktober 2019
ECLI:NL:PHR:2019:1087Hoge Raad · 3 maart 2020
ECLI:NL:HR:2020:360
Uitspraak
23/001791-17
GERECHTSHOF AMSTERDAM
MEERVOUDIGE STRAFKAMER, RAADKAMER
BESCHIKKING op het verzoek strekkende tot schorsing van de voorlopige hechtenis van de verdachte:
[naam] ,
geboren te [geboorteplaats] , op [geboortedatum] 1986,
wonende te [adres] ,
thans verblijvende in [detentie] .
De feiten en de rechtsgang
Het hof heeft gezien het verzoek strekkende tot schorsing van de voorlopige hechtenis van de verdachte. Het hof heeft voorts kennisgenomen van de stukken betrekking hebbend op de
voorlopige hechtenis van de verdachte en het vonnis van de rechtbank Amsterdam van
16 mei 2017.
Het hof heeft bij de behandeling in raadkamer op 7 juni 2017 gehoord de advocaat-generaal, de verdachte en mr. A.B.E. Kan, namens mr. A. Çinar.
Het hof heeft gelet op artikel 80 van het Wetboek van Strafvordering.
De beoordeling
Zoals het hof heeft overwogen in ECLI:NL:GHAMS:2015:635 (Klimop-zaak) staat, anders dan de rechtbank in de kern heeft overwogen, de enkele veroordeling van de verdachte niet in de weg aan schorsing van de voorlopige hechtenis.
Niet betwist is dat de verdachte in de periode dat zijn voorlopige hechtenis geschorst was zich heeft gehouden aan de gestelde schorsingsvoorwaarden. Hieruit leidt het hof af dat het recidivegevaar in de afgelopen periode voldoende kon worden ingeperkt door de aan hem gestelde schorsingsvoorwaarden. Het hof ziet niet in dat dit na het veroordelend vonnis anders zal zijn. Ook overigens is niet gebleken van (andere) omstandigheden op grond waarvan hernieuwde schorsing van de verdachte onwenselijk zou moeten worden geacht.
Mede in aanmerking genomen de persoonlijke omstandigheden van verdachte acht het hof, evenals de advocaat-generaal, termen aanwezig om de schorsing van de voorlopige hechtenis te bevelen.
23/001791-17
De beslissing
Het hof:
WIJST TOE het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis van de verdachte.
SCHORST het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte met ingang van
donderdag 8 juni 2017 te 12:00 uur, welke beslissing afzonderlijk zal worden geminuteerd.
Deze beschikking is gegeven op 7 juni 2017 in raadkamer van dit hof door
mr. F.A. Hartsuiker, voorzitter,
mrs. N.A. Schimmel en M.L. Leenaers, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. D. Boessenkool als griffier.
De advocaat-generaal bij dit gerechtshof brengt vorenstaande beschikking ter kennis van de verdachte.
Amsterdam, 7 juni 2017,
de advocaat-generaal
23/001791-17
GERECHTSHOF AMSTERDAM,
MEERVOUDIGE STRAFKAMER, RAADKAMER
SCHORSINGSBESCHIKKING
Het hof heeft bij beschikking van heden in de zaak van:
[naam] ,
geboren te [geboorteplaats] , op [geboortedatum] 1986,
wonende te [adres] ,
thans verblijvende in [detentie] .
het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis toegewezen.
De beoordeling
Het hof acht termen aanwezig de schorsing van de voorlopige hechtenis te bevelen onder de navolgende voorwaarden.
De beslissing
Het hof:
SCHORST het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte met ingang van
donderdag 8 juni 2017 te 12:00 uur
zulks onder de voorwaarden dat de verdachte:
1. indien de opheffing van de schorsing mocht worden bevolen, zich niet aan de tenuitvoerlegging van het bevel tot voorlopige hechtenis zal onttrekken;
2. ingeval hij wegens het feit waarvoor de voorlopige hechtenis is bevolen tot andere dan vervangende vrijheidsstraf mocht worden veroordeeld, zich aan de tenuitvoerlegging daarvan niet zal onttrekken;
3. bij iedere oproeping vanwege een justitiële instantie in persoon zal verschijnen;
4. zich niet zal schuldig maken aan strafbare feiten;
5. ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het
nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in
artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
6. elke adreswijziging schriftelijk door zal geven aan de officier van justitie in het arrondissementsparket Amsterdam onder vermelding van 23/001791-17;
23/001791-17
Deze beschikking is gegeven op 7 juni 2017 in raadkamer van dit hof door
mr. F.A. Hartsuiker, voorzitter,
mrs. N.A. Schimmel en M.L. Leenaers, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. D. Boessenkool als griffier.
De advocaat-generaal bij dit gerechtshof brengt vorenstaande beschikking ter kennis van de verdachte.
Amsterdam, 7 juni 2017,
de advocaat-generaal