Strafrecht overig
Verzoek ex artikel 591a Sv. Voor het vaststellen van de hoogte van het te vergoeden bedrag zoekt het hof in…
ECLI:NL:GHAMS:2017:4882 · Gerechtshof Amsterdam · 24 november 2017
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/strafrecht/strafrecht-overig/raadkamer/ecli-nl-ghams-2017-4882
Zaakgegevens
Op 24 november 2017 heeft het Gerechtshof Amsterdam uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 24 november 2017
- Datum publicatie
- 24 november 2017
- Zaaknummer
- R 000942-17
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- RaadkamerRaadkamerEen zitting die niet openbaar is, bijvoorbeeld over voorlopige hechtenis of een klacht over niet-vervolging.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2017:4882
Samenvatting
Verzoek ex artikel 591a Sv. Voor het vaststellen van de hoogte van het te vergoeden bedrag zoekt het hof in beginsel aansluiting bij de declaratie van de advocaat. Dit wordt echter anders indien gronden van billijkheid aanwezig zijn om hiervan af te wijken. Dit kan bijvoorbeeld zijn gelegen in de bovenmatigheid van de declaratie. Het moet dan wel gaan om een in meer of mindere mate in het oog springende bovenmatigheid (vgl. Gerechtshof Amsterdam 28 mei 2014, ECLI:NL:GHAMS:2014:2466).
Uitspraak
Inhoudsopgave
beschikking
[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]
GERECHTSHOF AMSTERDAM
Rekestnummer: R 000942-17 (591 Sv en 591a Sv)
Parketnummer in hoger beroep: 23-002121-15
Beschikking op het verzoekschrift op de voet van de artikelen 591 en 591a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[verzoeker],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],
domicilie kiezende ten kantore van zijn advocaat,
mr. A.J.M. Swart, [adres].
1 Inhoud van het verzoek
Het verzoekschrift strekt tot het toekennen van een vergoeding uit ’s Rijks kas ter zake van:
-
kosten gemaakt in verband met rechtsbijstand ten behoeve van de strafzaak met voormeld parketnummer in hoger beroep ten bedrage van € 41.257,13;
-
kosten gemaakt in verband met een deskundigenrapport ten bedrage van € 1.996,50;
-
kosten gemaakt in verband met rechtsbijstand ten behoeve van onderhavige verzoekschriftprocedure ten bedrage van € 550,00.
2 Procesverloop
Het verzoekschrift is op 30 juni 2017 ingekomen.
Op 18 juli 2017 heeft de advocaat-generaal op voorhand geconcludeerd tot gedeeltelijke toewijzing van het verzoek.
De voorzitter heeft kennis genomen van de stukken in de strafzaak met voormeld parketnummer en heeft op 10 november 2017 de advocaat-generaal en de advocaat van verzoeker ter gelegenheid van de openbare behandeling van het verzoekschrift in raadkamer gehoord. Verzoeker is niet verschenen.
3 Beoordeling van het verzoek
Het verzoekschrift is tijdig ter griffie van dit hof ingediend.
De strafzaak met voormeld parketnummer is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht. Het arrest in die strafzaak is inmiddels onherroepelijk geworden.
Met betrekking tot het onder 1 verzochte overweegt het hof als volgt. Voor het vaststellen van de hoogte van het te vergoeden bedrag zoekt het hof in beginsel aansluiting bij de declaratie van de advocaat. Dit wordt echter anders indien gronden van billijkheid aanwezig zijn om hiervan af te wijken. Dit kan bijvoorbeeld zijn gelegen in de bovenmatigheid van de declaratie. Het moet dan wel gaan om een in meer of mindere mate in het oog springende bovenmatigheid (vgl. Gerechtshof Amsterdam 28 mei 2014, ECLI:NL:GHAMS:2014:2466).
De verdachte is vervolgd voor openlijke geweldpleging. De zaak is in eerste aanleg behandeld door de politierechter. In hoger beroep zijn enkele getuigen gehoord door de raadsheer-commissaris. De behandeling van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep is tweemaal geschorst.
De declaraties ten behoeve van rechtsbijstand in de onderhavige zaak bedragen ruim eenenveertigduizend euro en betreffen uitsluitend de kosten voor rechtsbijstand in hoger beroep. Het hof is van oordeel dat de gezamenlijke hoogte van deze declaraties zich niet laat verklaren door de aard, omvang en complexiteit van de zaak, ook niet als de getuigenverhoren in hoger beroep daarbij worden betrokken. Zowel wat betreft het aantal uren als wat betreft de hoogte van het gehanteerde uurtarief wijken de kosten in zo sterke mate af van declaraties die het hof in vergelijkbare zaken onder ogen krijgt, dat het hof van oordeel is dat deze als bovenmatig moeten worden gekwalificeerd. Tijdens de behandeling van het verzoekschrift in raadkamer zijn, niettegenstaande de bij het verzoekschrift gevoegde gedetailleerde urenspecificatie, geen bijzondere omstandigheden gebleken op grond waarvan de billijkheid met zich brengt dat, niettegenstaande die bovenmatigheid, deze kosten toch volledig vergoed behoren te worden. Het hof zal daarom de verzochte vergoeding voor rechtsbijstand sterk gematigd toewijzen.
Het hof zal de verzochte vergoeding onder 2. voor de kosten voor het opstellen van het deskundigenrapport toewijzen, nu dat rapport het belang van het onderzoek heeft gediend als bedoeld in artikel 591, eerste lid Sv.
Gronden van billijkheid zijn aanwezig voor toekenning van een vergoeding ter zake van:
-
kosten rechtsbijstand strafzaak € 10.000,00
-
kosten deskundigenrapport € 1.996,50
-
kosten rechtsbijstand verzoekschrift € 550,00
Totaal € 12.549,50
4 Beslissing
De voorzitter:
Kent uit ’s Rijks kas aan verzoeker een vergoeding toe van € 12.549,50 (twaalfduizend vijfhonderdnegenenveertig euro en 50 cent).
Wijst het anders of meer verzochte af.
Beveelt de onverwijlde betekening van deze beschikking aan verzoeker.
Deze beschikking is gegeven door de voorzitter van de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam, mr. R.D. van Heffen, in tegenwoordigheid van mr. P.M. Groenenberg als griffier, is ondertekend door de voorzitter en de griffier en is uitgesproken op de openbare zitting van dit hof van 24 november 2017.
De voorzitter beveelt:
de tenuitvoerlegging van deze beschikking voor een bedrag van € 12.549,50 (twaalfduizend vijfhonderdnegenenveertig euro en 50 cent), te betalen uit ’s Rijks kas aan verzoeker voornoemd door overmaking van bovenstaand bedrag op bankrekeningnummer [bankrekeningnummer] t.n.v. [naam].
Amsterdam, 24 november 2017.
Mr. R.D. van Heffen, voorzitter.