Strafrecht overig
Artikel 577b Sv. Afwijzing verzoek tot kwijtschelding c.q. vermindering van de betalingsverplichting.
ECLI:NL:GHAMS:2019:1489 · Gerechtshof Amsterdam · 6 maart 2019
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/strafrecht/strafrecht-overig/raadkamer/ecli-nl-ghams-2019-1489
Zaakgegevens
Op 6 maart 2019 heeft het Gerechtshof Amsterdam uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 6 maart 2019
- Datum publicatie
- 29 april 2019
- Zaaknummer
- 001264-18
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- RaadkamerRaadkamerEen zitting die niet openbaar is, bijvoorbeeld over voorlopige hechtenis of een klacht over niet-vervolging.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2019:1489
Samenvatting
Artikel 577b Sv. Afwijzing verzoek tot kwijtschelding c.q. vermindering van de betalingsverplichting.
Uitspraak
Inhoudsopgave
beschikking
GERECHTSHOF AMSTERDAM
Afdeling strafrecht
parketnummer: 23-004939-05
rekestnummer: 001264-18
datum uitspraak: 6 maart 2019
BESCHIKKING
gegeven op het verzoekschrift op grond van artikel 577b, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv) ingediend door de veroordeelde:
[verzoeker],
geboren te [geboorteplaats] [geboortedag] 1952,
adres: [adres]
hierna te noemen: verzoeker.
Procesgang
Aan verzoeker is bij arrest van dit hof van 22 september 2006 de verplichting opgelegd tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 111.900,00 ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.
Bij beschikking van 21 februari 2017 heeft het hof op een eerder verzoek van verzoeker
de resterende betalingsverplichting vastgesteld op € 25.000,00.
Namens verzoeker is bij een op 25 september 2018 ter griffie van dit gerechtshof ingekomen verzoekschrift op grond van artikel 577b, lid 2 Sv verzocht thans nog het resterende ingevolge de ontnemingsmaatregel te betalen bedrag van € 23.555,00 kwijt te schelden dan wel te matigen.
Het verzoekschrift is door het hof in raadkamer op 6 maart 2019 in het openbaar behandeld.
Daarbij zijn gehoord verzoeker en de advocaat-generaal mr. S.M.L.M. Spoor.
De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot afwijzing van het verzoek.
Beoordeling van het verzoek
Verzoeker heeft aangevoerd dat hij geen draagkracht heeft om te voldoen aan de betalingsverplichting. Zijn inkomen ligt ver onder het minimum inkomen. Hij heeft medische problemen en is 66 jaar. Hij heeft geen stukken overgelegd die zijn verzoek onderbouwen.
Het CJIB heeft in een reactie op het verminderingsverzoek op 17 december 2018 kenbaar gemaakt dat het CJIB zich niet verzet tegen een reductie van de betalingsplicht van verzoeker.
Artikel 577b, tweede lid Sv biedt de rechter de mogelijkheid tot vermindering of kwijtschelding van het ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel vastgestelde bedrag. Verzoeker dient dan aannemelijk te maken dat hij niet (meer) in staat is de aan hem opgelegde verplichting tot betaling aan de Staat te voldoen en ook in de toekomst daaraan niet zal kunnen voldoen.
Naar het oordeel van het hof heeft verzoeker geen enkel inzicht gegeven in zijn huidige en toekomstige financiële situatie. Verzoeker heeft daarentegen ter zitting aangegeven dat hij het vervelend vindt om inzage in zijn financiële situatie te geven.
Op basis van het voorgaande zijn geen termen aanwezig de (resterende) betalingsverplichting van verzoeker verder te matigen dan wel kwijt te schelden. Het verzoek zal daarom worden afgewezen.
Beslissing
Het hof:
Wijst het verzoek van verzoeker tot vermindering c.q. kwijtschelding van de aan verzoeker opgelegde betalingsverplichting af.
Deze beschikking is gewezen door mr. A.D.R.M. Boumans, mr. S. Clement en mr. A.M. van Amsterdam, in tegenwoordigheid van mr. K. van der Togt, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 6 maart 2019.
Deze beschikking is ondertekend door de voorzitter en de griffier.