Strafrecht overig
artikel 89 Sv geeft geen grondslag voor een vergoeding van schade die niet rechtstreeks het gevolg is van -in…
ECLI:NL:GHAMS:2019:3650 · Gerechtshof Amsterdam · 10 oktober 2019
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/strafrecht/strafrecht-overig/raadkamer/ecli-nl-ghams-2019-3650
Zaakgegevens
Op 10 oktober 2019 heeft het Gerechtshof Amsterdam uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 10 oktober 2019
- Datum publicatie
- 10 oktober 2019
- Zaaknummer
- R 000699-19
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- RaadkamerRaadkamerEen zitting die niet openbaar is, bijvoorbeeld over voorlopige hechtenis of een klacht over niet-vervolging.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2019:3650
Samenvatting
artikel 89 Sv geeft geen grondslag voor een vergoeding van schade die niet rechtstreeks het gevolg is van -in casu- de inverzekeringstelling.
Uitspraak
Inhoudsopgave
beschikking
[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]
GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling strafrecht
rekestnummer(s): 000699-19 (89 Sv) en 001134-19 (591a Sv)
parketnummer in hoger beroep: 23-001060-17
Beschikking op het verzoekschrift op de voet van artikel 89 en 591a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[verzoeker],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1959,
domicilie kiezende ten kantore van zijn advocaat,
mr. J.H. Fellinger, Kingsfordweg 99, 1043 GP Amsterdam.
1 Procesverloop
Het verzoekschrift is op 17 mei 2019 ingekomen.
Op 23 juli 2019 heeft de advocaat-generaal het standpunt van het Openbaar Ministerie kenbaar gemaakt.
Op 13 september 2019 is het verzoek per email van de advocaat van verzoeker gewijzigd.
Het hof heeft kennis genomen van de stukken in de strafzaak met voormeld parketnummer en heeft op 26 september 2019 de advocaat-generaal, verzoeker en de advocaat van verzoeker ter gelegenheid van de openbare behandeling van het verzoekschrift in raadkamer gehoord.
2 Inhoud van het verzoek
Het verzoek – na wijziging per email op 12 september 2019 en in raadkamerzitting op 26 september 2019 – strekt tot het verkrijgen van een vergoeding op de voet van artikel 89 Sv, tot een bedrag van
€ 5.315,00, ter zake van schade die verzoeker stelt te hebben geleden als gevolg van de ondergane verzekering in de strafzaak met voormeld parketnummer, als volgt gespecificeerd:
-
€ 315,00 forfaitaire vergoeding;
-
€ 5.000,00 psychische schade alsmede eer en goede naam.
Het verzoek strekt voorts tot het toekennen van een forfaitaire vergoeding op de voet van artikel 591a Sv ter zake van kosten gemaakt in verband met rechtsbijstand ten behoeve van het onderhavige verzoek.
3 Beoordeling van het verzoek
Bij arrest van dit hof van 20 februari 2019 is de strafzaak met voormeld parketnummer geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht (Sr).
Het verzoekschrift is tijdig ter griffie van dit hof ingediend.
Ingevolge het bepaalde in artikel 90, eerste lid, Sv heeft de toekenning van een schadevergoeding steeds plaats, indien en voor zover daartoe naar het oordeel van de rechter, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn.
Ten aanzien van het verzoek op de voet van artikel 89 Sv
Ad a.
Verzoeker is op 14 mei 2012 in verzekering gesteld en op 16 mei 2012 in vrijheid gesteld.
Het hof acht gronden van billijkheid aanwezig tot toekenning van een vergoeding ter zake van de door verzoeker ondergane verzekering hechtenis tot een bedrag van € 315,00.
Ad b.
Naast een forfaitaire vergoeding vraagt verzoeker om vergoeding van psychische schade en schade vanwege de aantasting van de eer en goede naam, tot een bedrag van € 5.000,00.
Het hof overweegt dat op grond van artikel 89 Sv een vergoeding kan worden gegeven voor schade die is geleden als gevolg van – in casu – de inverzekeringstelling. Verzoeker heeft uitvoerig uitgelegd wat het strafproces met hem heeft gedaan doch artikel 89 Sv geeft geen grondslag voor een vergoeding van schade die niet rechtstreeks het gevolg is van de inverzekeringstelling. Het hof zal het verzoek in zoverre dan ook afwijzen.
Ten aanzien van het verzoek op de voet van artikel 591a Sv
Het hof acht gronden van billijkheid aanwezig voor toekenning van de verzochte vergoeding.
4 Beslissing
Het hof :
Kent op de voet van artikel 89 Sv aan verzoeker een vergoeding toe van € 315,00 (driehonderdvijftien euro).
Kent op de voet van artikel 591a Sv aan verzoeker een vergoeding toe van € 550,00 (vijfhonderdvijftig euro).
Wijst het anders of meer verzochte af.
Beveelt de onverwijlde betekening van deze beschikking aan verzoeker.
Deze beschikking is gegeven door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mrs. M. Iedema, F.A. Hartsuiker en V. Mul, in tegenwoordigheid van mr. P.M. Groenenberg als griffier, is ondertekend door de voorzitter en de griffier en is uitgesproken op de openbare zitting van dit hof van 10 oktober 2019.
De voorzitter beveelt:
de tenuitvoerlegging van deze beschikking door overmaking van € 865.00 (achthonderdvijfenzestig euro) op bankrekeningnummer [rekeningnummer] t.n.v. Stichting Derdengelden Fruytier Lawyers in Business o.v.v. “[verzoeker]”.
Amsterdam, 10 oktober 2019.
mr. M. Iedema, voorzitter.