Strafrecht overig
Verzoek 533 Sv - ivs en psychische problemen/ BOPZ-machtiging
ECLI:NL:GHAMS:2021:2420 · Gerechtshof Amsterdam · 18 mei 2021
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/strafrecht/strafrecht-overig/raadkamer/ecli-nl-ghams-2021-2420
Zaakgegevens
Op 18 mei 2021 heeft het Gerechtshof Amsterdam uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 18 mei 2021
- Datum publicatie
- 11 augustus 2021
- Zaaknummer
- 001201-20
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- RaadkamerRaadkamerEen zitting die niet openbaar is, bijvoorbeeld over voorlopige hechtenis of een klacht over niet-vervolging.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2021:2420
Samenvatting
Verzoek 533 Sv - ivs en psychische problemen/ BOPZ-machtiging
Uitspraak
Inhoudsopgave
beschikking
[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]
GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling strafrecht
rekestnummer(s): 001201-20 (530 Sv) en 000333-21 (533 Sv)
parketnummer in hoger beroep: 23-004307-18
Beschikking op het verzoekschrift op de voet van artikel 530 en 533 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[verzoeker],
geboren te [geboorteplaats] ([geboorteland]) op [geboortedag] 1993,
domicilie kiezende ten kantore van zijn advocaat, mr. M.A. Muntjewerf,
[adres].
1 Procesverloop
Het verzoekschrift is op 30 december 2020 ingekomen.
De advocaat-generaal heeft het standpunt van het Openbaar Ministerie schriftelijk kenbaar gemaakt.
Het hof heeft kennis genomen van de stukken in de strafzaak met voormeld parketnummer en heeft op 20 april 2021 de advocaat-generaal en de advocaat van verzoeker ter gelegenheid van de openbare behandeling van het verzoekschrift in raadkamer gehoord. Verzoeker is niet in raadkamer verschenen.
2. Inhoud van het verzoek
Het verzoek strekt tot het verkrijgen van een vergoeding ter zake van:
-
schade die verzoeker stelt te hebben geleden als gevolg van de ondergane verzekering en voorlopige hechtenis in de strafzaak met voormeld parketnummer ten bedrage van € 2.555,00;
-
kosten gemaakt in verband met rechtsbijstand ten behoeve van onderhavige verzoekschriftprocedure ten bedrage van € 550,00.
3 Beoordeling van het verzoek
Bij arrest van dit hof van 15 december 2020 is de strafzaak met voormeld parketnummer geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht (Sr).
Het verzoekschrift is tijdig ter griffie van dit hof ingediend.
Ingevolge het bepaalde in artikel 534, eerste lid, Sv heeft de toekenning van een schadevergoeding steeds plaats indien en voor zover daartoe naar het oordeel van de rechter, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn.
Ten aanzien van het verzoek op de voet van artikel 533 Sv
Verzoeker is op 14 november 2018 in verzekering gesteld. Vervolgens is op 16 november 2018 de voorlopige hechtenis van appellant bevolen. Verzoeker is op 14 december 2018 in vrijheid gesteld.
De advocaat van verzoeker heeft bepleit dat het verzoek onder de gegeven omstandigheden moet worden toegewezen. Verzoeker heeft het feit weliswaar gepleegd en is daarvoor door de rechtbank op
28 november 2018 veroordeeld, maar er is aan hem geen straf of maatregel opgelegd. Reeds ten tijde van de voorgeleiding aan de rechter-commissaris op 16 november 2018 was duidelijk dat een voorwaardelijke BOPZ-machtiging was afgegeven en dat bij verzoeker sprake was van schizofrenie en een psychose tijdens het plegen van het feit. Verzoeker had moeten worden opgenomen, in plaats van te worden gedetineerd.
Gelet op hetgeen is aangevoerd door de advocaat, en op de stukken in het dossier ten aanzien van de persoon van verzoeker acht het hof in dit concrete geval gronden van billijkheid aanwezig voor toekenning van de verzochte vergoeding vanaf de dag van de voorgeleiding aan de rechter-commissaris.
Gronden van billijkheid zijn aanwezig tot toekenning van een vergoeding ter zake van de door verzoeker ondergane verzekering en voorlopige hechtenis tot een bedrag van € 2.240,00.
Ten aanzien van het verzoek op de voet van artikel 530 Sv
Gronden van billijkheid zijn aanwezig voor toekenning van een vergoeding ter zake van kosten rechtsbijstand in de onderhavige verzoekschriftprocedure tot een bedrag van € 550,00.
4 Beslissing
Het hof :
Kent op de voet van artikel 533 Sv aan verzoeker een vergoeding toe van € 2.240,00 (tweeduizend tweehonderdveertig euro).
Kent op de voet van artikel 530 Sv aan verzoeker een vergoeding toe van € 550,00 (vijfhonderdvijftig euro).
Wijst het anders of meer verzochte af.
Beveelt de onverwijlde betekening van deze beschikking aan verzoeker.
Deze beschikking is gegeven door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mrs. R.D. van Heffen, M.J.A. Plaisier en D. Radder,
in tegenwoordigheid van mr. P.M. Groenenberg als griffier, is bij ontstentenis van de griffier alleen ondertekend door de voorzitter en is uitgesproken op de openbare zitting van dit hof van 18 mei 2021.
De voorzitter beveelt:
de tenuitvoerlegging van deze beschikking door overmaking van € 2.790,00 (tweeduizend zevenhonderdnegentig euro) op bankrekeningnummer [rekeningnummer] t.n.v. [tnv] o.v.v. [ovv].
Amsterdam, 18 mei 2021,
mr. R.D. van Heffen, voorzitter