Strafrecht overig

Verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot wraking. Intrekking van het wrakingsverzoek enkele uren na…

Zaakgegevens

Op 18 augustus 2022 heeft het Gerechtshof Amsterdam uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
18 augustus 2022
Datum publicatie
19 augustus 2022
Zaaknummer
200.312.255/01
Procedure
Raadkamer
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2022:2414
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot wraking. Intrekking van het wrakingsverzoek enkele uren na mondelinge behandeling ontvangen.

Uitspraak

Inhoudsopgave

GERECHTSHOF AMSTERDAM

zaaknummer : 200.312.255/01

beslissing van de wrakingskamer van 18 augustus 2022.

inzake het op 22 juni 2022 gedane verzoek van

[verzoeker01] (hierna: verzoeker) ,

wonende te [woonplaats01] ,

1 Ontvankelijkheid van de verzoeker

1.1

Verzoeker heeft op 22 juni 2022 een verzoek tot wraking gedaan. Het verzoek strekt tot wraking van mr. E. van Die, voorzitter van de beklagkamer, in de zaak met rekestnummer K22/230030 (hierna: de raadsheer).

1.2

Voorafgaand aan de mondelinge behandeling van dit wrakingsverzoek is door de wrakingskamer een schriftelijke reactie van de raadsheer ontvangen, die strekt tot afwijzing van het wrakingsverzoek.

1.3

De mondelinge behandeling van dit wrakingsverzoek heeft plaatsgevonden op

17 augustus 2022. Verzoeker is verschenen en heeft het wrakingsverzoek nader toegelicht. Tevens is verschenen mr. W.H.J. Freijsen, advocaat-generaal bij het gerechtshof Amsterdam, die het woord heeft gevoerd en heeft geconcludeerd tot afwijzing van het wrakingsverzoek. De wrakingskamer heeft aangekondigd over maximaal 4 weken uitspraak te doen.

1.4

Enkele uren na sluiting van de zitting heeft het hof een e-mailbericht van verzoeker ontvangen met daarin de intrekking van het wrakingsverzoek. De wrakingskamer verstaat dit e-mailbericht aldus, dat verzoeker niet langer wenst dat op zijn wrakingsverzoek wordt beslist.

1.5

De wrakingskamer zal, nu ook overigens niet is gebleken van enig rechtens te respecteren belang dat is gediend met inhoudelijke beoordeling van het verzoek, verzoeker bij gebrek aan belang niet-ontvankelijk verklaren.

2 De beslissing

Het hof:

verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot wraking van mr. E. van Die.

Deze beslissing is op 18 augustus 2022 gegeven door mr. P.F.E. Geerlings, mr. J.F. Aalders en mr. L. Alwin, in tegenwoordigheid van mr. B. van Vliet, griffier.

De griffier is buiten staat de beslissing mede te ondertekenen.