Strafrecht overig
verzoek ex art. 529 Sv - aanwending van kosten hebben het belang van het onderzoek niet gediend indien het…
ECLI:NL:GHAMS:2023:3603 · Gerechtshof Amsterdam · 19 december 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/strafrecht/strafrecht-overig/raadkamer/ecli-nl-ghams-2023-3603
Zaakgegevens
Op 19 december 2023 heeft het Gerechtshof Amsterdam uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 19 december 2023
- Datum publicatie
- 19 januari 2024
- Zaaknummer
- 000504-23
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- RaadkamerRaadkamerEen zitting die niet openbaar is, bijvoorbeeld over voorlopige hechtenis of een klacht over niet-vervolging.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2023:3603
Samenvatting
verzoek ex art. 529 Sv - aanwending van kosten hebben het belang van het onderzoek niet gediend indien het rapport niet is overgelegd en gevoegd in het dossier
Uitspraak
Inhoudsopgave
beschikking
[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]
GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling strafrecht
rekestnummer(s): 000504-23 (529 Sv) en 000968-23 (530 Sv)
parketnummer in hoger beroep: 23-003016-19
Beschikking op het verzoekschrift op de voet van artikel 529 en 530 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[verzoeker01] ,
geboren te [geboorteplaats01] op [geboortedatum01] 1993,
domicilie kiezende ten kantore van zijn advocaat, mr. M. Ketting,
[adres01] .
1 Procesverloop
Het verzoekschrift is op 23 juni 2023 ingekomen.
Op 18 juli 2023 heeft de advocaat-generaal het standpunt van het Openbaar Ministerie kenbaar gemaakt.
Het hof heeft kennis genomen van de stukken in de strafzaak met voormeld parketnummer en heeft op 7 november 2023 de advocaat-generaal en de advocaat van verzoeker ter gelegenheid van de openbare behandeling van het verzoekschrift in raadkamer gehoord. Verzoeker is niet in raadkamer verschenen.
2. Inhoud van het verzoek
Het verzoek strekt tot het verkrijgen van een vergoeding ter zake van:
-
kosten die ten laste van de gewezen verdachte zijn gekomen en waarvan de aanwending het belang van het onderzoek heeft gediend, ten bedrage van € 7.128,88;
-
kosten gemaakt in verband met rechtsbijstand ten behoeve van onderhavige verzoekschriftprocedure ten bedrage van € 680,00.
3 Beoordeling van het verzoek
Bij arrest van dit hof van 6 mei 2021 is de strafzaak met voormeld parketnummer geëindigd.
Het verzoekschrift is tijdig ter griffie van dit hof ingediend.
Onder a wordt verzocht de kosten voor het laten opstellen van een reclasseringsrapport door ‘forensisch maatwerk’ ten bedrage van € 1.179,75 alsmede een psychologisch rapport door drs. [psycholoog01] , psycholoog, ten bedrage van € 5.949,23.
Het hof is van oordeel dat een vergoeding kan worden toegekend ten aanzien van de kosten gemaakt voor het laten opstellen van het reclasseringsrapport omdat de aanwending van die kosten het belang van het onderzoek hebben gediend, aangezien de rechtbank in het vonnis acht heeft geslagen op dit rapport.
Het verzoek tot vergoeding van de kosten gemaakt voor het doen opstellen van het psychologisch rapport zal het hof afwijzen. Uit de stukken is niet gebleken dat dit rapport door de verdediging is overgelegd en in het dossier is gevoegd. Gelet daarop is het hof van oordeel dat de aanwending van die kosten het belang van het onderzoek niet hebben gediend.
Onder b wordt verzocht om vergoeding van kosten rechtsbijstand voor het indienen van het verzoekschrift en toelichten daarvan in raadkamer.
Ingevolge het bepaalde in artikel 534, eerste lid, Sv heeft de toekenning van een schadevergoeding steeds plaats, indien en voor zover daartoe naar het oordeel van de rechter, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn.
Gronden van billijkheid zijn aanwezig voor toekenning van een vergoeding ter zake van kosten rechtsbijstand in de onderhavige verzoekschriftprocedure tot een bedrag van € 680,00.
Uit de inhoud van het dossier en het verhandelde in raadkamer is gebleken dat de onderstaande geldsom vatbaar is voor verrekening overeenkomstig artikel 534, lid 3 Sv met het ex artikel 530 Sv toegekende bedrag.
4 Beslissing
Het hof :
Kent op de voet van artikel 529 Sv aan verzoeker een vergoeding toe van € 1.179,75 (duizend honderdnegenenzeventig euro en vijfenzeventig cent).
Kent op de voet van artikel 530 Sv aan verzoeker een vergoeding toe van € 680,00 (zeshonderdtachtig euro).
Bepaalt de verrekening van bovenstaand toegekend bedrag met de onderstaande geldsom:
CJIB-nummer openstaand bedrag verrekening
[nummer01] € 7.370,91 € 680,00
Wijst het anders of meer verzochte af.
Beveelt de onverwijlde betekening van deze beschikking aan verzoeker.
Deze beschikking is gegeven door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mrs. D. Radder, M.J.A. Plaisier en P.C. Verloop, in tegenwoordigheid van mr. P.M. Groenenberg als griffier, is ondertekend door de voorzitter en de griffier en is uitgesproken op de openbare zitting van dit hof van 19 december 2023.
De voorzitter beveelt:
de tenuitvoerlegging van deze beschikking door overmaking van
- € 680,00 ( zeshonderdtachtig euro) op bankrekeningnummer [iban_nummer01] t.n.v. CJIB o.v.v. [nummer01] ;
- € 1.179,75 op bankrekeningnummer [iban_nummer02] t.n.v. Stichting Derdengelden Ketting Strafrechtadvocatuur o.v.v. [ovv01] .
Amsterdam, 19 december 2023,
mr. D. Radder, voorzitter.