Strafrecht overig
art 530 en 534 Sv - verrekenen toegekend verzoek kosten rechtsbijstand in de verzoekschriftprocedure
Gerechtshof Amsterdam, 19 maart 2024
ECLI:NL:GHAMS:2024:1023 · Gerechtshof Amsterdam · 19 maart 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/strafrecht/strafrecht-overig/raadkamer/ecli-nl-ghams-2024-1023
Zaakgegevens
Op 19 maart 2024 heeft het Gerechtshof Amsterdam uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 19 maart 2024
- Datum publicatie
- 19 april 2024
- Zaaknummer
- 000715-23
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- RaadkamerRaadkamerEen zitting die niet openbaar is, bijvoorbeeld over voorlopige hechtenis of een klacht over niet-vervolging.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2024:1023
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
art 530 en 534 Sv - verrekenen toegekend verzoek kosten rechtsbijstand in de verzoekschriftprocedure
Uitspraak
beschikking
[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]
GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling strafrecht
rekestnummer(s): 000715-23 (530 Sv)
parketnummer: 13-099271-23
Beschikking op het hoger beroep tegen de beschikking van de raadkamer van de rechtbank Amsterdam van 28 juli 2023 op het verzoekschrift op de voet van artikel 530 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[appellant],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2003,
domicilie kiezende ten kantore van zijn advocaat, mr. M.M. Helmers,
Emmalaan 35, 3581 HP te Utrecht.
1 Procesverloop
Het hoger beroep is op 15 augustus 2023 ingesteld door verzoeker (hierna appellant).
Op 7 december 2023 heeft de advocaat-generaal het advies van het openbaar ministerie kenbaar gemaakt.
Het hof heeft kennis genomen van de stukken in de strafzaak met voormeld proces-verbaalnummer en heeft op 27 februari 2024 de advocaat-generaal ter gelegenheid van de openbare behandeling van het verzoekschrift in raadkamer gehoord. Appellant is niet in raadkamer verschenen. Zijn advocaat is - met kennisgeving vooraf - eveneens niet verschenen.
2 Inhoud van het verzoek
Het verzoek strekt tot het verkrijgen van een vergoeding ter zake van kosten gemaakt in verband met rechtsbijstand ten behoeve van onderhavige verzoekschriftprocedure in eerste aanleg ten bedrage van € 340,00.
3 Beoordeling
Het hoger beroep is tijdig ingesteld.
Ingevolge het bepaalde in artikel 534, eerste lid, Sv heeft de toekenning van een schadevergoeding steeds plaats, indien en voor zover daartoe naar het oordeel van de rechter, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn.
Met de rechtbank is het hof van oordeel dat gronden van billijkheid zijn aanwezig voor toekenning van een vergoeding voor kosten van rechtsbijstand in de onderhavige verzoekschriftprocedure ten bedrage van € 340,00.
De rechtbank heeft het toegekende bedrag verrekend overeenkomstig het derde lid van artikel 534 Sv.
De advocaat van appellant heeft zich op het standpunt gesteld dat het toegekende bedrag niet verrekend dient te worden en heeft daartoe kort gezegd aangevoerd dat de vergoeding toekomt aan de advocaat voor het verrichten van werkzaamheden in het kader van het opstellen en indienen van het verzoekschrift.
Het hof overweegt dat op grond van artikel 530 Sv een vergoeding kan worden toegekend aan de gewezen verdachte en dat deze vergoeding niet kan worden toegekend aan zijn advocaat. Dat het aan de gewezen verdachte toegekende bedrag wordt verrekend, betekent bovendien niet dat de gewezen verdachte een eventueel met de advocaat gemaakte betalingsverplichting niet meer hoeft na te komen.
In hetgeen wordt aangevoerd ziet het hof daarom geen aanleiding af te wijken van de bestendige lijn ook de kosten van een raadsman in verband met het opstellen en indienen van een verzoekschrift te moeten verrekenen.
Het hof verenigt zich derhalve met de beschikking waarvan beroep en zal het hoger beroep dus afwijzen.
4 Beslissing
Het hof:
Wijst het hoger beroep af.
Beveelt de onverwijlde betekening van deze beschikking aan appellant.
Deze beschikking is gegeven door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mrs. R.A.E. van Noort, B.E. Dijkers en R. van der Heijden, in tegenwoordigheid van mr. P.M. Groenenberg als griffier, is ondertekend door de voorzitter en de griffier en is uitgesproken op de openbare zitting van dit hof van 19 maart 2024. .