Strafrecht overig
Gerechtshof Amsterdam onbevoegd
ECLI:NL:GHAMS:2024:1535 · Gerechtshof Amsterdam · 4 juni 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/strafrecht/strafrecht-overig/raadkamer/ecli-nl-ghams-2024-1535
Zaakgegevens
Op 4 juni 2024 heeft het Gerechtshof Amsterdam uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 4 juni 2024
- Datum publicatie
- 4 juni 2024
- Zaaknummer
- 000945-23 en 000946-23
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- RaadkamerRaadkamerEen zitting die niet openbaar is, bijvoorbeeld over voorlopige hechtenis of een klacht over niet-vervolging.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2024:1535
Samenvatting
Gerechtshof Amsterdam onbevoegd
Uitspraak
Inhoudsopgave
beschikking
[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]
GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling strafrecht
rekestnummer(s): 000945-23 (530 Sv) en 000946-23 (533 Sv)
parketnummer in hoger beroep: 23-001575-21
Beschikking op het verzoekschrift op de voet van artikel 530 en 533 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[verzoeker],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2000,
domicilie kiezende ten kantore van zijn advocaat, mr. F. Ben-Saddek,
Boergoensestraat 7-A, 3082 KA Rotterdam.
1 Procesverloop
Het verzoekschrift is op 6 december 2023 ingekomen.
Op 10 april 2024 heeft de advocaat-generaal het standpunt van het Openbaar Ministerie kenbaar gemaakt.
Het hof heeft kennis genomen van de stukken in de strafzaak met voormeld parketnummer en heeft op 14 mei 2024 de advocaat-generaal en de advocaat van verzoeker ter gelegenheid van de openbare behandeling van het verzoekschrift in raadkamer gehoord. Verzoeker is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet in raadkamer verschenen.
2. Inhoud van het verzoek
Het verzoek strekt tot het verkrijgen van een vergoeding ter zake van:
-
schade die verzoeker stelt te hebben geleden als gevolg van de ondergane verzekering en voorlopige hechtenis in de strafzaak met voormeld parketnummer ten bedrage van € 13.650,00;
-
kosten gemaakt in verband met rechtsbijstand ten behoeve van onderhavige verzoekschriftprocedure ten bedrage van € 340,00.
3 Beoordeling van het verzoek
Uit het onderzoek in openbare raadkamer is - voor zover hier van belang - het navolgende gebleken:
-
bij arrest van hof Den Haag, zitting houdende te Amsterdam, van 2 oktober 2023 is de strafzaak tegen verzoeker met voormeld parketnummer geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht (Sr);
-
omdat de zaak te Amsterdam is behandeld, zijn onderhavige verzoeken door de administratie van het hof Den Haag doorgestuurd aan de administratie van het hof Amsterdam;
- de aanwijzing ex. artikel 62a Wet op de rechtelijke organisatie, waardoor het hof Amsterdam een aangewezen zittingsplaats was voor het hof Den Haag is per 1 januari 2024 beëindigd.
Het hof stelt vast dat het hof Den Haag de instantie is waarvoor de zaak het laatst werd vervolgd. Om die reden is niet dit hof, maar het hof Den Haag bevoegd tot behandeling van onderhavige verzoekschriften. Het hof zal daarom bepalen dat de stukken zullen worden gezonden naar het hof Den Haag ter verdere behandeling.
4 Beslissing
Het hof verklaart zich onbevoegd de verzoeken ex artikel 530 en 533 te behandelen en
bepaalt dat de gerechtsjurist van het hof de stukken verzendt naar het hof Den Haag ter verdere behandeling.
Deze beschikking is gegeven door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mrs. A.W.T. Klappe, R.D. van Heffen en A.R.O Mooy in tegenwoordigheid van mr. D. de Jong als griffier, is ondertekend door de voorzitter en de griffier en is uitgesproken op de openbare zitting van dit hof van 4 juni 2024.